Twee richtlijnen over cerebrovasculaire ziekten herzien

Drie modules uit de richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding en twee modules uit de richtlijn Subarachnoïdale bloeding zijn herzien. De aanbevelingen sluiten beter aan op recente wetenschappelijke inzichten.

Patiënten met een herseninfarct, hersenbloeding of subarachnoïdale bloeding hebben complexe zorg nodig. Nieuwe inzichten uit recent wetenschappelijk onderzoek maakten actualisatie van meerdere modules nodig. De herzieningen geven zorgprofessionals geactualiseerde aanbevelingen voor behandeling, monitoring, nazorg en organisatie van zorg.  

Richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding

Binnen deze richtlijn zijn de volgende drie modules herzien:

  • Intraveneuze behandeling met tenecteplase: Tenecteplase kan als alternatief dienen voor alteplase bij patiënten met een acuut herseninfarct binnen 4,5 uur na het ontstaan van klachten.  
  • Organisatie van zorg: Aan de aanbeveling is toegevoegd dat bij poliklinisch contact bij voorkeur gevalideerde meetinstrumenten worden gebruikt om cognitieve en emotionele gevolgen te beoordelen.  
  • Oefentherapie na herseninfarct/-bloeding: Aanbevolen wordt om patiënten met een beperking de eerste maanden intensieve, taakgerichte therapie te bieden (minimaal 20 uur). Het doel is een verbetering van algemene dagelijkse levensverrichtingen, loop- en arm-handvaardigheid.  

Richtlijn Subarachnoïdale bloeding

Binnen deze richtlijn zijn de volgende twee modules herzien:

  • Behandeling met antifibrinolytica na een SAB: Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat tranexaminezuur niet van meerwaarde is voor patiënten met een spontane subarachnoïdale bloeding. In de aanbeveling is dan ook opgenomen om deze patiënten niet routinematig te behandelen met tranexaminezuur.
  • Preventie van cerebrale ischemie en TCD monitoring: Bij een subarachnoïdale bloeding wordt orale nimodipine aanbevolen, om een slechte klinische uitkomst te voorkomen. Overige farmacologische behandelingen, cisternale fibrinolyse, routinematige lumbale drainage en TCD-monitoring van vaatspasme worden ontraden.

Samenwerking

De modules zijn ontwikkeld door het richtlijncluster Cerebrovasculaire ziekten, een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers van neurologen (NVN), neurochirurgen (NVvN), revalidatieartsen (VRA), radiologen (NVvR), huisartsen (NHG) en patiëntvertegenwoordigers (Hersenletsel.nl, Harteraad, Hartstichting, Stichting Hersenaneurysma Patiënten Platform).  

Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Bekijk de richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding
Bekijk de richtlijn Subarachnoïdale bloeding