Gepubliceerd: Leidraad agenderen van kennisvragen
In samenspraak met de wetenschappelijke verenigingen heeft de commissie Zorgevaluatie van de Federatie een leidraad ontwikkeld met concrete adviezen voor wetenschappelijke verenigingen over het continu ontwikkelen van kennisagenda’s. Belangrijk, want onderzoek op basis van breed gedragen kennisagenda’s met de juiste kennisvragen leidt tot betere richtlijnen, die op hun beurt het fundament vormen voor passende zorg.
Aanleiding
Wetenschappelijke verenigingen ontwikkelen samen met patiënten kennisagenda’s om hun belangrijkste kennisvragen te prioriteren die wetenschappelijk onderzoek behoeven. Maar deze kennisvragen leiden momenteel nog te weinig tot daadwerkelijk onderzoek, en resultaten van onderzoek komen ook nog onvoldoende in richtlijnen en de praktijk terecht. Daarnaast is er te weinig zicht en grip op onderzoek dat buiten kennisagenda’s om wordt geïnitieerd. Kortom: het proces van kennisontwikkeling over bestaande zorg kan beter. De leidraad geeft hiervoor een aantal oplossingsrichtingen waar wetenschappelijke verenigingen naartoe kunnen werken.
Aanbevelingen
De leidraad is opgesteld met input vanuit de wetenschappelijke verenigingen en beschrijft een optimale organisatie van het proces rondom kennisagenda’s. De aanbevelingen hebben betrekking op inhoud en de scope, de bronnen waar kennisvragen vandaan komen, de formulering van kennisvragen, de onderhoudscyclus van een kennisagenda, en de wijze waarop ze worden ontsloten voor gebruikers.
Wetenschappelijke verenigingen in de lead
Door de belangrijkste kennisvragen te prioriteren in een kennisagenda kunnen wetenschappelijke verenigingen de regie voeren op onderzoek dat nodig is om de richtlijnen beter te onderbouwen. Waardoor patiënten passende zorg krijgen. In dit integrale proces vervullen de wetenschappelijke verenigingen een cruciale rol. Neuroloog Esther Verstraete, lid van de commissie Zorgevaluatie: ‘De wetenschappelijke verenigingen weten als geen ander welke kennisvragen bepalend zijn voor de kwaliteit van zorg binnen hun specialisme. Door hen nadrukkelijk in de lead te zetten, versterken we de regie op de kennis-kwaliteitscyclus en zorgen we dat juist de meest relevante en impactvolle vragen worden geagendeerd en opgepakt. Het succes van kennisagenda’s valt of staat met brede erkenning, zowel binnen de beroepsgroep als bij externe partijen. Deze leidraad draagt bij aan een uniform, transparant en stevig proces en versterkt daarmee de positie van kennisagenda’s als de betrouwbare bron voor de belangrijkste kennisvragen uit de medisch-specialistische praktijk.’