Werkwijze deelproject Structureel (door)ontwikkelen en samenwerken

De samenwerking in dit deelproject tussen de wetenschappelijke verenigingen is van start gegaan met twee concrete acties:

  1. Het ontwikkelen van een digitaal platform voor e-learning en examinering, inzetbaar voor alle 30 medische vervolgopleidingen;
  2. Het in kaart brengen van de opleidingsgerelateerde activiteiten die wetenschappelijke verenigingen structureel uitvoeren ten behoeve van het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van de medisch-specialistische vervolgopleidingen en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Dit onderzoek is nodig om uiteindelijk een advies op te leveren over de wijze waarop de (door)ontwikkeling en kwaliteitsborging van de medisch-specialistische vervolgopleidingen op landelijk niveau kan worden georganiseerd en gefaciliteerd.

Plan van aanpak digitaal platform

De werkgroep start met het opstellen van een gezamenlijk programma van eisen voor een digitaal platform dat inzetbaar is voor alle 30 medisch-specialistische vervolgopleidingen. Het platform moet mogelijkheden bieden voor e-learning en examinering. Daarnaast moet het bij- en nascholing van medisch specialisten kunnen faciliteren. Daarna zullen gesprekken met aanbieders plaatsvinden en volgt de keuze voor een platform. 

Van belang is dat het programma van eisen en de uiteindelijke keuze van een aanbieder gedragen worden door zoveel mogelijk wetenschappelijke verenigingen. Vijf wetenschappelijke verenigingen nemen het voortouw om een programma van eisen voor het gezamenlijke digitale platform op te stellen. Dit zijn:

  1. Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)
  2. Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
  3. Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)
  4. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  5. Nederlandse Vereniging voor Reumatalogie (NVR) 

Werkwijze 

De werkwijze bestaat uit een aantal onderdelen:

  • Individueel gesprek per wetenschappelijke vereniging waarin de aanpak en scope worden besproken ten aanzien van een digitaal platform;
  • Inspiratiesessie waarin twee á drie verschillende organisaties een toelichting geven op de keuze van hun digitaal platform, de wijze waarop zij het gebruiken en een blik op de successen en valkuilen die zij zijn tegengekomen;
  • Circa drie gezamenlijke bijeenkomsten met als doel tot een conceptprogramma van eisen voor het digitale platform te komen;
  • Informatiebijeenkomst waarin het conceptprogramma van eisen wordt toegelicht en het draagvlak bij andere wetenschappelijke verenigingen wordt onderzocht;
  • Bijeenkomst waarin vooraf geselecteerde leveranciers op basis van het programma van eisen een pitch verzorgen. Het doel van deze bijeenkomst is het kiezen van een leverancier voor het bouwen en leveren van het digitale platform; 
  • Meerdere pilots met het nieuwe platform in 2021. 

Plan van aanpak in kaart brengen opleidingsactiviteiten en kosten 

De wetenschappelijke vereniging heeft cruciale taken in de ontwikkeling en kwaliteitsbewaking van de medisch-specialistische vervolgopleidingen. De wetenschappelijke vereniging maakt het landelijke opleidingsplan en voert de opleidingsvisitatie uit. Andere activiteiten, waarvan de inrichting en omvang naar opleiding verschillen, zijn het landelijk onderwijs, toetsing, het aanbieden van het e-portfolio en opleidersprofessionalisering. Deze activiteiten zijn erop gericht dat iedere aios een gelijkwaardige en kwalitatief goede opleiding kan genieten. 

Het uitvoeren van deze activiteiten kost veel tijd van medisch specialisten en bureaus van wetenschappelijke verenigingen. Met het ministerie van VWS is afgesproken dat deze activiteiten bekostigd kunnen worden. Opleiden 2025 zal VWS adviseren over hoe dit het beste kan. Om tot dit advies te komen, is onder meer informatie nodig over de inspanningen en kosten die gemaakt worden door individuele wetenschappelijke verenigingen ten behoeve van de medisch-specialistische vervolgopleiding. Vijf wetenschappelijke verenigingen nemen het voortouw om de landelijke opleidingsactiviteiten en kosten in beeld te brengen. Dit zijn:

  1. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  2. Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (KNO)
  3. Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
  4. Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  5. Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)

Werkwijze
De werkwijze bestaat uit een aantal onderdelen:

  • Inventarisatie opleidingsactiviteiten van vijf wetenschappelijke verenigingen met een zo compleet mogelijk beeld van de activiteiten en kosten van deze medisch-specialistische vervolgopleidingen;
  • Op basis van bovenstaande informatie een inventarisatietool ontwikkelen die andere wetenschappelijke verenigingen in staat stelt zelfstandig inzicht te genereren over de activiteiten en opleidingskosten van de vereniging;
  • Toetsen van de ontwikkelde inventarisatietool bij de wetenschappelijke verenigingen;
  • Naar aanleiding van dit onderzoek worden geen individuele gegevens per wetenschappelijke vereniging gepubliceerd.

Resultaten

We werken aan de volgende resultaten:

  • Advies aan het ministerie van VWS over de wijze waarop de (door)ontwikkeling en kwaliteitsborging van de medisch-specialistische vervolgopleidingen op landelijk niveau kan worden georganiseerd en gefaciliteerd;
  • Netwerkvorming ten behoeve van de bevordering van de kwaliteit en samenhang van de opleiding op landelijk en regionaal niveau;
  • Verdere implementatie van EPA’s (Entrustable Professional Activity) en bekwaam verklaren in de opleidingspraktijk; 
  • Afspraken over gezamenlijk beheer en facilitering van een aantal opleidingsgerelateerde (discipline specifieke en -overstijgende) activiteiten en instrumenten van wetenschappelijke verenigingen;
  • Concrete producten: 
    - een digitaal platform voor e-learning en examinering. Het platform geeft toegang tot producten en tools (bijvoorbeeld voor examinering of ontwikkeling van e-learning) die door meerdere wetenschappelijke verenigingen kunnen worden ingezet voor opleidingsdoeleinden;
    - formats en handreikingen voor ontwikkeling van e-learning en blended learning;
    - toegang (en beheer) van in eerdere projecten ontwikkelde opleidingsproducten die relevant zijn voor de opleiding tot medisch specialist (opleidingsetalage, e-learning ouderenzorg en kostenbewustzijn, toolkit patiëntveiligheid, TOKIO optimum model etc.).

Lees meer over het deelproject Structureel (door)ontwikkelen en samenwerken