Eerste ervaringen met de Digitale Leeromgeving

E-learnings, instructievideo’s of een module nog eens online terugkijken: digitaal leren vergroot het leereffect van fysiek onderwijs. Met de Digitale Leer Omgeving (DLO) ondersteunt de Federatie wetenschappelijke verenigingen (wv‘en) bij het ontwikkelen van digitaal onderwijs. Na een eerste succesvolle pilot in het voorjaar van 2021 starten steeds meer wv’en. Ook het Kennisinstituut ziet de vele mogelijkheden. 

‘Alles staat of valt met draagvlak’ 

Digitaal onderwijs vormgeven begint met draagvlak creëren bij docenten en aios. KNO-opleider Ivonne Ligtenberg-Van den Drift: ‘COVID-19 was het juiste momentum om er echt werk van te maken.’ 

‘In de Raad Opleiding van de Federatie waar ik in zit, stond het DLO al voor de uitbraak van COVID-19 hoog op het wensenlijstje. Iedereen zag de noodzaak van laagdrempelig kennis uitwisselen binnen wetenschappelijke verenigingen (wv’en) en niet overal het eigen wiel uitvinden. De pandemie gaf ons de wind in de zeilen: het was dé manier om de opleiding door te laten gaan. Voor ons het moment om door te pakken.  

Alles staat of valt met draagvlak. Wij zijn begonnen met een enquête om de behoefte aan een DLO te inventariseren. Vervolgens is een werkgroep gestart met uit elke Onderwijs- en Opleidingsregio een vertegenwoordiging van opleiders en aios om de inhoud en vorm te bespreken. Inmiddels is een afgeslankte koplopersgroep bezig met de content. Voor ons geldt dat digitaal onderwijs met name een mooie voorbereiding of aanvulling kan zijn op fysiek onderwijs. Hierin hebben we veel geleerd van de pilot van de neurologen.’ 

De kracht van dit project ligt in de combinatie van inhoud en ondersteuning. Opleiders zijn geen digitale wonderen, maar wel inhoudelijke experts. Aios geven belangrijke input over interactieve werkvormen: zij weten wat wel en niet goed werkt. En de Federatie faciliteert en ondersteunt het platform met onderwijskundigen, die de voortgang bewaken en met oplossingen komen. Als kleine wv met 500 leden en 100 aios hadden we dit alleen nooit van de grond gekregen.’ 

Studie laptop

‘Mijn advies: gewoon beginnen’ 

Revalidatiearts Danique Ploegmakers testte de DLO toen ze in de scholingscommissie zat van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA): ‘Het was soms even de weg zoeken, maar inmiddels zijn zowel aios als docenten enorm enthousiast.’ 

‘De verplichte cursussen voor aios werden aanvankelijk één keer per drie jaar werden georganiseerd en veelal plenair. Met de DLO konden we de overstap maken naar compactere fysieke cursussen en daarnaast on demand en just in time leren: op je eigen tempo en wanneer het past in je opleiding. 

Er draaien nu twee modules, voor kinderrevalidatie en neurodegeneratieve revalidatie. Dit onderwijs is veel interactiever: heeft een aios artikelen gelezen, dan volgt daarna een quiz om je kennis te toetsen. Door tussentijds vragen te stellen neem je de stof beter op. Verder krijgen aios opdrachten met casuïstiek, simulaties uit de praktijk en kunnen ze reageren op elkaar. De eerste cursussen zijn zo succesvol dat we al aanvragen van revalidatieartsen krijgen of zij deze scholingen ook kunnen volgen. Daar werken we aan. 

We hebben we veel dingen moeten uitzoeken, bijvoorbeeld over auteursrechten en het overnemen van lesstof uit boeken. Daar kunnen andere wetenschappelijke verenigingen van profiteren. Het was een investering, maar nu staat er ook echt iets goeds waar we op kunnen voortbouwen. We hebben nu dan ook een stuurgroep zodat andere verenigingen en de bouwers van onderwijsmodules ons als vraagbaak kunnen gebruiken. Maar mijn belangrijkste advies is: begin gewoon.  Het is nieuw en onbekend, maar het levert echt iets moois op.’ 

‘Er kan nog veel meer’ 

De mogelijkheden die het digitaal leerplatform biedt zijn enorm, vindt directeur Teus van Barneveld van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. ‘We staan pas aan het begin.’ 

‘Met financiering van ZonMW zijn we een groot project gestart om onze eigen medewerkers gezamenlijk te scholen in de methodiek en ontwikkeling van richtlijnen. Voor medisch specialisten doet het Kennisinstituut de richtlijnontwikkeling, maar er zijn natuurlijk meer organisaties die zich hiermee bezig houden. Denk aan het Nederlands Huisartsengenootschap voor de huisartsen, V&VN voor verpleegkundigen en het KNGF voor fysiotherapeuten.  

Voor ons is het ideaal om aan te haken op het DLO. Nu leidt iedere organisatie zelf zijn medewerkers op, maar veel van die trainingen en cursussen overlappen elkaar. Het is veel handiger om bepaalde onderdelen gezamenlijk te ontwikkelen en aan te bieden: van hoe je aanbevelingen schrijft tot hoe je een werkgroep opzet of je richtlijnen opzet. Ook richtlijncommissies kunnen we trainen via het DLO voor het opstellen van richtlijnen.  

Verder ligt het natuurlijk voor de hand dat we medisch specialisten kunnen nascholen via het DLO over nieuwe of geactualiseerde richtlijnen. Bovendien kunnen ook hier meerdere wetenschappelijke verenigingen dezelfde basis gebruiken en de nascholing dan op maat aanpassen waar nodig, bijvoorbeeld voor specifieke aandachtspunten voor de eigen beroepsgroep. 

Maar er kan nog veel meer: het zou mooi zijn als medisch specialisten straks voor de Richtlijnendatabase app, het DLO en hun wetenschappelijke vereniging nog maar één inlog hebben waarop je cursusaanbod op maat krijgt. Ook de Academie voor Medisch Specialisten zou hierop kunnen aanhaken. Dat is nog toekomstmuziek, maar alle ingrediënten hebben we al in huis.’

Tekst: Naomi van Esschoten

Bekijk ook

Opleiden 2025

Structureel (door)ontwikkelen en samenwerken