Breed opleiden begint met een stevige basis
Goed opleiden vraagt meer dan alleen kennis. Die overtuiging delen Anique Baten en Aline Kiewiet. Beiden werken vanuit hun eigen invalshoek aan hetzelfde doel: de jonge basisarts breed opleiden en goed voorbereiden op de praktijk. Baten als niet-praktiserend internist acute geneeskunde, onderwijskundig adviseur bij de Isala Academie en promovendus op het programma PREPARE. Kiewiet als aios interne geneeskunde, PhD-student en lid van de werkgroep Onderwijslijn Basis.
Een stevige basis voor de jonge arts
De eerste jaren als basisarts bieden een belangrijke ontwikkelkans. Juist in deze fase leren jonge artsen medische kennis toe te passen in de praktijk, samen te werken met andere professionals en om te gaan met de verantwoordelijkheden van het artsenvak. Kiewiet: ‘Er is behoefte aan breed opgeleide artsen die over de grenzen van hun eigen specialisme kunnen samenwerken.’ Om basisartsen hierin beter te ondersteunen, werkt de werkgroep Onderwijslijn aan een blauwdruk voor een samenhangende leerlijn. ‘De blauwdruk beschrijft hoe een doorlopend leertraject voor basisartsen eruit kan zien. De leeractiviteiten sluiten steeds aan op de fase waarin de basisarts zich in de praktijk bevindt, waardoor ervaringen uit de dagelijkse patiëntenzorg worden verdiept met kennis, reflectie en professionele ontwikkeling. Zo bieden we ziekenhuizen en medisch specialisten houvast om het onderwijs voor basisartsen structureel vorm te geven.’
Meer dan kennis
De overgang van opleiding naar werkpraktijk vraagt meer dan alleen medische kennis. ‘Het reanimatieprotocol kennen is één ding’, zegt Baten. ‘Maar daadwerkelijk handelen in een stressvolle situatie met onbekende collega's in een onbekende omgeving is een vaardigheid die je moet oefenen.’ Kiewiet vult aan: ‘Samenwerking, communicatie en omgaan met onzekerheid leer je niet uit een boek. Je hebt de ruimte en begeleiding nodig om dat te ontwikkelen.’
PREPARE
Baten ontwikkelde vanuit haar promotieonderzoek het programma PREPARE (Preparing for After-hours Care). ‘Het is een achtweeks programma voor startende arts-assistenten die voor het eerst indirect gesuperviseerde avond- en nachtdiensten draaien’, legt Baten uit. Het programma bestaat uit vijf kernelementen: familiarisatie met de werkomgeving, werkplekleren, interprofessioneel onderwijs, intervisie, en het geleidelijk toevertrouwen van verantwoordelijkheden. Baten: ‘Uit onderzoek blijkt dat ongeveer een derde van de Nederlandse basisartsen zich onvoldoende voorbereid voelt op de eerste dienst. Die onzekerheid kan zorgen voor mentale druk en gevolgen hebben voor de kwaliteit van zorg. Tegelijkertijd is die eerste dienst een belangrijk leermoment, mits artsen goed worden voorbereid en begeleid.’ Sinds september 2025 wordt PREPARE structureel aangeboden aan alle beginnende basisartsen in Isala.
Samen bouwen aan een goede start
Kiewiet: ‘PREPARE sluit naadloos aan bij de doelen van de onderwijslijn: een goede start en daarmee een brede basis creëren voor alle basisartsen.’ PREPARE kan worden ingezet als invulling van de startfase van de onderwijslijn, die draait om veilig landen in de rol van jonge arts. Van daaruit groeit de onderwijslijn mee met de ontwikkeling van de basisarts aan de hand van zes thema’s die zijn gekoppeld aan de praktijk. Daarbij versterken casuïstiek, reflectie en feedback het leren op de werkplek. Baten: ‘Die eerste fase is het vertrekpunt. Veel van wat je hier leert, neem je mee voor de rest van je loopbaan.’
Beiden hopen dat hun werk een beweging in gang zet die verder reikt dan de basisfase. Kiewiet: ‘Als ik mag dromen, droom ik van een digitaal platform waar ziekenhuizen praktijkvoorbeelden en initiatieven kunnen delen en zo van elkaar blijven leren.’ Baten sluit zicht hierbij aan: ‘Ik hoop dat PREPARE uitgroeit tot een community waarin instellingen niet ieder voor zich werken, maar juist van elkaar leren en elkaar versterken. Door kennis, ervaringen en goede voorbeelden te delen, kunnen we samen blijven bouwen aan een zo goed mogelijke start voor beginnende basisartsen.’