Pilot in het Spaarne Gasthuis: Breed leren op verschillende afdelingen
Basisartsen laagdrempelig kennis laten maken met verschillende disciplines én tegelijk een poule van breed inzetbare artsen opbouwen. Dat idee lag drie jaar geleden aan de basis van het basisarts-traineeship (BAT) in het Spaarne Gasthuis. Nu werken basisartsen achttien maanden op drie afdelingen naar keuze, waarbij het ziekenhuis onderzoekt hoe kernactiviteiten en een coachingstraject de ontwikkeling tot breed inzetbare dokter ondersteunen. Drie betrokkenen vertellen hoe dat in de praktijk werkt.
Van tekort naar traineeship
Na de coronaperiode liep het aanbod van basisartsen bij bepaalde vakgroepen terug. Van Schie en collega’s zochten de samenwerking op met het medisch specialistisch bedrijf van het Spaarne Gasthuis (MSCK) om gezamenlijk een initiatief op te zetten. 'We hebben de krachten gebundeld en zijn een project gaan schrijven.' Het doel was tweeledig. Enerzijds profileert het Spaarne Gasthuis zich als aantrekkelijke werkgever voor startende basisartsen die nog geen richting hebben gekozen en biedt het hen de mogelijkheid laagdrempelig kennis te maken met verschillende disciplines. Anderzijds voorziet het initiatief vakgroepen, met name die met een tekort, van een poule basisartsen die al vertrouwd zijn met de organisatie, protocollen en systemen van het ziekenhuis.
Er werd in de traineeships bewust gekozen voor de term basisarts in plaats van anios, vertelt Van Schie: 'Basisartsen moeten gekarakteriseerd worden voor de belangrijke rol die zij spelen in de klinische patiëntenzorg, en niet worden afgerekend op wat ze niet zijn.' De eerste groep startte in november 2024. Van Schie: 'De evaluaties van trainees en deelnemende vakgroepen waren zo enthousiast dat de raad van bestuur aangaf: jullie mogen dit traineeship nu duurzaam inbedden in de organisatie.' In mei 2026 ging de pilot van start als onderdeel van Ruimte voor opleiden. Plender werd aangehaakt om de pilot vanuit haar managementstage door te ontwikkelen: 'Het traineeship liep al, maar nu volgen we de trainees die aan de pilot deelnemen iets intensiever, zodat we nog wat meer van ze kunnen leren.'
Drie afdelingen, één brede blik
In de pilot werkt elke trainee achttien maanden op drie afdelingen naar keuze. Basisarts Bretschneider-Karst koos bewust voor de spoedeisende hulp, cardiologie en de ic. 'Ik wist al tijdens mijn basisopleiding dat ik de anesthesie heel erg leuk vond. Deze specialismen sluiten perfect aan.'
Op elke afdeling krijgen de kernactiviteiten een ander accent. Op de spoedeisende hulp leerde Bretschneider-Karst klinisch redeneren; wat moet ik bij klachten onderzoeken en welke onderzoeken heb ik nodig. Op de cardiologie duikt ze juist dieper in de ziektebeelden die horen bij de afdeling en heeft ze langer contact met patiënten. Die afwisseling is volgens Plender precies de kracht van het traineeship. 'Door ervaring op te doen op verschillende afdelingen verdiep je je ervaring op de kernactiviteiten. Daardoor is je leercurve steil.'
Ze vergelijkt dat met haar eigen situatie: voordat ze in opleiding kwam, werkte ze twee jaar als basisarts bij de interne geneeskunde. 'Ik denk dat ik meer had kunnen leren en een veel breder opgeleide arts had kunnen worden als ik die tijd ook op andere afdelingen had mogen staan.'
Leren met een doel
Trainees krijgen meer dan alleen begeleiding op de werkvloer. Bij de start doen ze een talentmotivatie-analyse en volgen ze drie workshops over zelfkennis, ontwikkeling en het soort arts dat ze willen worden. Bij elke stagewisseling is er een individueel coachingsgesprek. Daarnaast houden trainees hun leerdoelen bij in een digitaal portfolio. Plender: 'Door de intensievere begeleiding word je meer aan het denken gezet: wat zijn mijn leerdoelen en wat wil ik uiteindelijk voor arts worden? Dat werd bij mij destijds veel minder getriggerd.'
Naast coaching en portfolio is er intervisie voor alle trainees gezamenlijk. Van Schie: 'Net op het moment dat je in de smiezen hebt hoe het hier werkt, ga je alweer naar een andere vakgroep. Dat voelt best spannend.' De intervisie helpt trainees om van elkaars ervaringen te leren.
Meer verbinding, minder eilandjes
Een onverwacht effect van het traineeship is de versterkte samenwerking tussen afdelingen. Van Schie: 'Als een trainee van de longafdeling naar de cardiologie gaat, neemt die meer mee dan alleen medische kennis. Ook de bekendheid met de supervisoren telt. Dat scheelt heel erg in de communicatie.' Arts-assistenten en supervisoren kennen elkaar inmiddels beter. 'Dat verbetert de samenwerking onderling.'
Bretschneider-Karst merkt dat ook in de praktijk. Ze heeft korte lijnen opgebouwd met de spoedeisende hulp: 'Zij zeiden: zit je in de knel, bel ons, we zijn er altijd voor je. Dat is fijn.' Plender legt uit waarom die bekendheid ook inhoudelijk loont: 'Je weet al wat je moet hebben voorbereid. Je vraag kan heel kort en snel.'
Uitdagingen: plekken en erkenning
Naast veel positieve ervaringen zijn er ook uitdagingen. Zoals het gebrek aan plaatsen, vertelt Plender: 'Er zijn heel veel sollicitanten, maar slechts een klein deel kan worden geplaatst. Sommige anios-plekken worden bewaard voor mensen die in opleiding willen bij dat specialisme.'
Zo stuit ook uitbreiding naar snijdende vakgroepen op een structureel probleem: sommige wetenschappelijke verenigingen eisen in de praktijk dat basisartsen specifieke werkervaring bij één vakgroep opbouwen voordat ze kunnen instromen. Ervaring die basisartsen bij andere specialismen hebben opgedaan wordt niet altijd op waarde geschat. Dat maakt erkenning urgent. Van Schie: 'We willen dat dit traineeship gevalideerd wordt als goede voorbereiding op een opleidingsplek en niet gezien wordt als een snuffelstage. Want dat is het absoluut niet.'
Standaard voor elke basisarts
Ook Plender hoopt op een verschuiving in hoe opleiders naar brede ervaring kijken. 'Als je solliciteert voor een opleidingsplek, zou dat als iets positiefs gezien moeten worden. Niet als een nadeel omdat je voor een kortere tijd bij het betreffende specialisme hebt gewerkt. Als Fransje straks in opleiding tot anesthesioloog komt, dan heeft ze vaardigheden opgedaan die haar een betere arts maken. Dat heeft ze aan dit traineeship te danken.'
Lees verder
- Pilot in OLVG: Boost de basisarts
- Pilot in het ETZ: Basisartsen actiever laten leren