IGJ past standpunt over off-label voorschrijven aan
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft het standpunt over off-label voorschrijven aangepast naar aanleiding van recente rechterlijke uitspraken. Daarmee vervalt de verzwaarde informatieplicht bij off-label voorschrijven volgens richtlijnen of protocollen. Die verplichting was in de dagelijkse praktijk voor artsen niet werkbaar en sloot onvoldoende aan bij de afspraken die onder andere de Federatie hierover heeft vastgelegd in het eigen standpunt over off-label voorschrijven.
De Federatie heeft samen met de NHG en in afstemming met LHV, KNMG, Verenso en het Kinderformularium, de IGJ verzocht het standpunt aan te passen. De IGJ heeft gehoor gegeven aan deze brede wens van voorschrijvers.
Standpunt over off-label voorschrijven
Uitgangspunt is dat een geneesmiddel in principe on-label wordt voorgeschreven, conform de geregistreerde indicatie en patiëntengroep.
Off-label voorschrijven is toegestaan als de indicatie in overeenstemming is met een (landelijke) richtlijn of protocol. In dat geval geldt geen verzwaarde informatieplicht. De voorschrijvend arts moet de geactualiseerde medicatiehistorie van de patiënt raadplegen om te beoordelen of er geen interferentie is met lopende behandelingen.
De eerder gestelde eis om off-label gebruik af te stemmen met de ‘regiebehandelaar’ is komen te vervallen. Het advies is om de patiënt te informeren over het off-label gebruik en informatie mee te geven over het eventueel aangepaste geneesmiddel.
Als er geen richtlijn of protocol is en een geneesmiddel off-label wordt ingezet, geldt wel een verzwaarde informatieplicht. Er is dan ook afstemming nodig tussen arts en apotheker over de vraag of het geneesmiddel verantwoord kan worden voorgeschreven. De uitkomst van dat overleg moet worden vastgelegd in het patiëntendossier.