Samen leren om samen te werken: hoe een Onderwijslijn Basis de basisarts voorbereidt op netwerkzorg
De kernactiviteiten voor de basisfase van de medische vervolgopleidingen zijn opgeleverd. Tijd voor de volgende stap: een onderwijslijn die basisartsen helpt die kernactiviteiten daadwerkelijk aan te leren. Bart Hellebrekers, voorzitter van de werkgroep Onderwijslijn Basis, legt uit waarom dit nodig is en wat het oplevert voor arts en zorg.
De vijf kernactiviteiten die de Federatie eind 2025 presenteerde, beschrijven wat iedere basisarts moet kunnen om als ‘dokter in het ziekenhuis’ te functioneren. Maar leerdoelen formuleren is één ding. Ervoor zorgen dat het onderwijs er ook op aansluit, is een tweede. Dat is de opdracht van de werkgroep Onderwijslijn Basis.
Drie redenen om te veranderen
Waarom moet de opleiding anders? Hellebrekers, ook voorzitter van de regionale opleidingscommissie (ROC) van de OOR Leiden, heeft daar een helder antwoord op: 'Drie redenen. Ten eerste verandert de zorg. Er is meer concentratie, toenemende specialisatie en zijn er minder ziekenhuizen. Ook kunnen we steeds meer en wordt de werkplek dus complexer. Ten tweede verandert de patiënt, door de dubbele vergrijzing (meer 65-plussers, en binnen die groep steeds meer 80-plussers) is er een toename van chronische ziekten en multimorbiditeit. Ten derde verandert de basisarts, die staat anders in het leven dan vroeger en wil een betere werk-privébalans, meer werkplezier en heeft andere verwachtingen. We zullen het leren en werken in het ziekenhuis aantrekkelijk moeten houden om te binden, boeien en behouden. En dus moet je ook iets aan de opleiding veranderen.'
Eilanden in het ziekenhuis
Als gynaecoloog in het HagaZiekenhuis in Den Haag, waar hij opleider was en nu decaan medisch opleiden, ziet Hellebrekers hoe versnipperd de opleidingen in de praktijk zijn. 'Iedereen doet zijn eigen ding op zijn eigen eiland. Er zou meer interactie tussen de opleidingen moeten zijn.'
De voorgestelde basisfase, die alle aios doorlopen voordat ze de verdieping in hun eigen specialisme ingaan, biedt daarvoor de juiste kans. Hellebrekers ziet drie niveaus waarop een bredere basis nodig is: binnen specialismen, tussen specialismen onderling, en tussen het ziekenhuis en de eerste lijn. 'We willen allemaal meer netwerkzorg en meer juiste zorg op de juiste plek. Maar als je meer samen wilt werken, moet je ook meer samen opleiden en leren. En dat is nog heel beperkt.'
De aniosperiode: kans of gemiste kans?
Een groot knelpunt zit in de periode van het aniosschap. Na de master geneeskunde werken veel basisartsen vaak eerst een aantal jaar als anios voordat ze aan hun medische vervolgopleiding beginnen. In die tijd ontbreekt een gestructureerd leer- en ondersteuningsprogramma. 'Een anios loopt de gaten dicht in het ziekenhuis', zegt Hellebrekers. 'Er is geen pot voor onderwijs en scholing. Ieder ziekenhuis doet dat op zijn eigen manier.'
Voor aios is dat anders: de financiering van de medische vervolgopleidingen verloopt via de beschikbaarheidbijdrage waarmee ziekenhuizen scholing, begeleiding en een leerhuis bekostigen. Voor anios bestaat die financiering niet. Dat heeft nadelige gevolgen volgens Hellebrekers. 'Het animo voor werken in het ziekenhuis loopt terug en we zien steeds meer dat jonge dokters het ziekenhuis mijden, extramuraal gaan werken of helemaal de zorg uit gaan. Met een betere begeleiding houd je ze vast voor de zorg en ze gaan misschien ook beter de vervolgopleiding in.'
Samen leren met de eerste lijn
De onderwijslijn wordt interprofessioneel opgezet. Dat wil zeggen dat basisartsen samen leren met professionals buiten het ziekenhuis, zoals huisartsen en sociaal geneeskundigen. Hellebrekers is daar helder over: 'Als je als eerste en tweede lijn meer moet samenwerken, moet je ook meer samen leren en opleiden.'
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want de samenwerking tussen intramuraal en extramuraal is in de praktijk nog heel beperkt. Maar juist de basisfase biedt de gelegenheid om die verbinding vroeg te leggen. 'Als je in de basisfase al samenwerkt met een huisarts of sociaal geneeskundige, dan versta je elkaars taal en spreek je die ook', zegt Hellebrekers. 'Nu is alles heel erg verzuild: je hebt de mensen in het ziekenhuis en die buiten het ziekenhuis, in de eerste of de tweede lijn. Dat zou je meer willen combineren.'
Een landelijk kader, regionaal ingekleurd
De werkgroep levert eind 2026 een blauwdruk op: een landelijk advies voor de onderwijslijn die alle ziekenhuizen kunnen gebruiken. Het advies komt tot stand in samenspraak met alle wetenschappelijke verenigingen. Hellebrekers verwacht dat regio’s en ziekenhuizen er hun eigen kleur aan geven. Vanuit zijn rol als ROC-voorzitter weet hij hoe groot de regionale verschillen kunnen zijn in de manier waarop ziekenhuizen opleiden en samenwerken. 'Iedere regio zal er zijn eigen invulling aan geven. Dat is ook goed: een landelijk kader met lokale ruimte.'
Dat evenwicht is ook de kern van de bredere visie achter Ruimte voor opleiden: de zogeheten T-shaped professional. Dat is een medisch specialist met diepgaande expertise in het eigen vakgebied, maar die tegelijk genoeg brede kennis heeft om samen te kunnen werken in netwerkzorg. De horizontale balk van de T staat voor die brede basis. Dat is wat de onderwijslijn moet helpen opbouwen, en wat Hellebrekers als ROC-voorzitter in de Leidse regio straks ook in de praktijk wil brengen.
Investeren loont
Of ziekenhuizen en opleiders ook bereid zijn tijd en geld te steken in een gezamenlijke onderwijslijn? Hellebrekers benoemt een duidelijk argument: 'Als je basisartsen beter begeleidt en opleidt, en daardoor minder uitval tijdens de opleiding hebt, dan is dat uiteindelijk goedkoper. Er valt dus wat voor te zeggen om die investering te doen.'
De landelijke blauwdruk sluit aan op de twaalf pilots die in 2026 draaien in ziekenhuizen en geneeskundeopleidingen. In die pilots ervaren opleiders, aios en instellingen hoe de kernactiviteiten, met vernieuwende begeleidings- en onderwijsvormen, een betere aansluiting kunnen bieden tussen de geneeskundeopleiding, de aniosperiode en de vervolgopleiding.
Basisartsen behouden voor de zorg
Achter de onderwijslijn gaat een grotere ambitie schuil: het aniosschap aantrekkelijker maken als werk-leertraject. Ziekenhuizen hebben daarin ook een eigen verantwoordelijkheid. 'Je wil basisartsen behouden voor het ziekenhuis en voor de zorg. Dat lukt alleen als je ze ook echt iets te bieden hebt.'
De werkgroep Onderwijslijn Basis is in dat opzicht de schakel tussen visie en praktijk: van de kernactiviteiten op papier naar onderwijs dat werkt op de werkvloer. Eind 2026 moeten de contouren daarvan duidelijk zijn.