Blog Winnifred van Lankeren: Waarom bellen voor iets wat we zelf kunnen?

15 OKTOBER 2026

Als radioloog zie ik het niet zozeer binnen mijn eigen specialisme, maar om me heen zie ik hoe dokters elkaar behoorlijk aan het werk houden. Dat klinkt misschien wat scherp, maar het raakt aan iets wat me bezighoudt: onze neiging om voor steeds meer vragen een collega in consult te vragen. Consultitis, noemen we dat gekscherend. Natuurlijk is overleg vaak nodig. Maar soms houden we elkaar bezig met zaken die we met onze eigen basiskennis ook prima zelf hadden kunnen oplossen.

Hoe komt dat? Het is makkelijk en het voelt veilig om even te bellen. Tegelijkertijd zijn we steeds verder gespecialiseerd. Als je bepaalde handelingen of afwegingen niet meer regelmatig maakt, verlies je routine. Dan groeit de onzekerheid: kan ik dit nog wel? En voor je het weet, pak je toch de telefoon. Niet omdat je het per se niet kunt, maar omdat je er minder op vertrouwt.  

Wat je niet doet, raak je kwijt

Dat heb ik zelf gemerkt toen ik tien jaar geleden als radioloog waarnam op Curaçao. Daar waren niet voor ieder deelgebied aparte subspecialisten beschikbaar. Ik moest dus weer radiologisch werk doen dat ik thuis doorgaans aan een neuroradioloog, buikradioloog of musculoskeletaal radioloog overlaat. En wat bleek? Veel van die basisvaardigheden zaten nog gewoon in mijn hoofd en handen. Je moet ze alleen weer gebruiken.

Ik vergelijk het graag met een lekke fietsband. Je kunt je fiets naar de fietsenmaker brengen. Maar als je zelf weet hoe je een band plakt, ben je soms in twintig minuten klaar. Dat betekent natuurlijk niet dat je aan ingewikkelde reparaties moet beginnen zonder verstand van zaken. Voor dokters geldt hetzelfde: juist als je weet waar je eigen bekwaamheid ophoudt, weet je wanneer je wél een collega moet inschakelen.

Oefenen maakt zekerder

Op onze afdeling Radiologie hebben we daar een heel tastbaar voorbeeld van. Bij het toedienen van contrastmiddel kan een patiënt een ernstige allergische reactie krijgen. Dat komt niet elke dag voor, en juist daarom voelde het ingrijpen bij zo’n complicatie lange tijd spannend. Wie doet wat? Wie durft te handelen?

Daarom trainen we nu twee keer per jaar hoe we bij zo’n allergische reactie moeten handelen. Als nu de pieper gaat, weet het hele team wat ons te doen staat. Die oefening heeft iets belangrijks veranderd: mensen voelen zich bekwaam en durven te handelen. Dat is wat het onderhouden van basisvaardigheden kan opleveren: vertrouwen, kwaliteit en veiligheid.

De basis mag weer leuk worden

Er zit ook een cultuurkant aan. We vinden superspecialistische expertise indrukwekkend, terwijl voor basale medische handelingen soms een beetje de neus wordt opgehaald. Alsof die vooral voor de jongste arts op de afdeling zijn. Maar waarom eigenlijk? Ik zou het prachtig vinden als ook de meest ervaren specialist laat zien: dit kan ik nog gewoon. Daarmee geef je jonge dokters een heel ander voorbeeld.

En laten we niet vergeten hoe prettig het is om iets zelf te kunnen. Je hoeft niet voor iedere stap iemand te bellen, je kunt sneller verder en je voelt je zekerder in je werk. Dat kan ook bijdragen aan werkplezier. Maar dan moeten we elkaar wel de ruimte geven om die vaardigheden te gebruiken. Niet neerbuigend reageren als een collega iets zelf probeert en het niet meteen perfect gaat, maar elkaar ondersteunen en zorgen voor goede supervisie.

Dat vraagt iets van de opleiding én van de nascholing. We moeten brede basisvaardigheden niet alleen aanleren, maar ze gedurende de hele loopbaan blijven oefenen. Een breed inzetbare dokter blijft immers niet vanzelf breed inzetbaar.

Een hulpmiddel, geen vervanging van overleg

Daarom ben ik blij met het nieuwe Consultenboek in het ziekenhuis, dat eind dit jaar verschijnt. Met 150 consultvragen waarvoor je nooit meer belt (of juist wel) en de expertise van ruim 180 artsen en specialisten, biedt het een praktisch hulpmiddel. Ik hoop dat aios, medisch specialisten en opleiders het niet alleen gebruiken om een antwoord op te zoeken, maar ook om met elkaar te bespreken: wat kunnen we op onze afdeling zelf, wat moeten we blijven oefenen en wanneer is een consult echt nodig?

Winnifred van Lankeren 
Bestuurslid portefeuille opleiding 

Winnifred van Lankeren