Spoedeisende Hulp Artsen publiceren kennisagenda
De beste zorg voor patiënten wordt bereikt door continue evaluatie en verbetering van het eigen medisch-specialistisch handelen. Daarom heeft de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) in kaart gebracht waar in de dagelijkse praktijk van de SEH-arts gebrek is aan wetenschappelijke onderbouwing: deze openstaande kennisvragen zijn gebundeld in een kennisagenda.
In deze Kennisagenda presenteert de NVSHA de tien meest urgente vragen die zich de komende jaren lenen voor zorgevaluatie. Met de agenda wordt ingezet op het versterken van de wetenschappelijke basis van de SEH en daardoor op effectieve, doelmatige en veilige zorg voor patiënten. Daarnaast wordt een eerste aanzet gegeven voor de wijze waarop deze openstaande kennisvragen middels wetenschappelijk onderzoek zijn in te vullen.
De kennisvragen hebben betrekking op de volgende deelgebieden: optimalisatie van de organisatie van de SEH zorg, middelengebruik/preventie, traumatisch (hersen)letsel, (gezamenlijke) besluitvorming, patiënten welzijn en het meten van kwaliteit. Een van de kennisvragen luidt bijvoorbeeld: Wat zijn optimale criteria, interventies en samenwerkingsmodellen om de zorg voor ouderen op de SEH en in de gehele spoedzorgketen te optimaliseren? Een andere vraag heeft betrekking op gebruik van opioïden: Wat is het verschil in verslavingsrisico bij het voorschrijven van kortwerkende versus langwerkende opioïden na ontslag van de SEH? Een overzicht van alle kennisvragen is hier te vinden.
Zorgevaluatie
Het opstellen van een kennisagenda is de eerste stap in het proces van zorgevaluatie. Zorgevaluatie is evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van bestaande zorg (behandeling, diagnostiek, nazorg of organisatie van zorg). Zorgevaluatie is meer dan alleen het uitvoeren van een onderzoek. Het is een cyclus binnen de medisch-specialistische zorg waarin de richtlijnen centraal staan. De cyclus bestaat uit het inventariseren en prioriteren van openstaande kennisvragen, het opzetten en uitvoeren van studies, implementeren van de resultaten en het evalueren van deze implementatie. En waar nodig het adresseren van nieuwe onderzoeksvragen waarmee de cyclus opnieuw start.