Federatievoorzitter: 'Voorkomen dat we collega’s verliezen'

Dit artikel is op 27 januari verschenen in Medisch Contact

Veertig uur als nieuwe norm: waarom de werkweek van medisch specialisten toe is aan normalisering

De Federatie Medisch Specialisten neemt het initiatief om een hardnekkig gegeven in de zorg ter discussie te stellen: de lengte van de werkweek van medisch specialisten. Niet omdat zij minder betrokken zouden zijn bij hun vak - integendeel - maar omdat steeds duidelijker wordt dat structureel lange werkweken hun tol eisen. De Federatie vindt dat een veertigurige werkweek, inclusief diensten, de nieuwe norm moet worden. ‘Het is meer dan logisch om van veertigurige werkweken uit te gaan’, zegt voorzitter Karel Hulsewé. ‘Dat sluit aan bij de werkelijkheid én bij wat nodig is om dit prachtige vak toekomstbestendig te houden.’

De praktijk is de norm al voorbij

Wie naar de formele afspraken kijkt, ziet nog altijd werkweken die kunnen oplopen tot 45 uur of meer, met diensten erbij zelfs richting de 55 uur. Maar wie naar de praktijk kijkt, ziet iets anders. Zo’n 80 procent van de medisch specialisten werkt parttime, ondanks de gevolgen hiervan voor hun pensioenopbouw. Hulsewé: ‘We doen alsof voltijd nog steeds iets is van 45 of 48 uur, terwijl de meerderheid van onze collega’s allang niet meer zo werkt. Dan moet je eerlijk zijn en zeggen: de norm is verouderd. Die sluit niet meer aan bij de praktijk, noch bij de rest van werkend Nederland.’

Cijfers uit recente onderzoeken onder­strepen dit beeld. 70 procent van de aiossen en medisch specialisten werkt ongeacht een fulltime- of parttimecontract meer dan 40 uur per week, bijna de helft meer dan 46 uur. Tegelijkertijd geven bijna vier op de tien aan liever tussen de 36 en 40 uur te willen werken. De onvrede over werkdruk en roosters is aanzienlijk, en een groeiende groep verwacht eerder te stoppen met werken vanwege mentale of fysieke belasting.

Gezonde artsen, veilige zorg

Volgens de Federatie is de discussie over werkweeknormalisering geen luxeprobleem, maar raakt zij de kern van goede zorg. ‘Duurzame inzetbaarheid is geen modeterm’, benadrukt Hulsewé. ‘Het gaat over patiëntveiligheid, over continuïteit van zorg en over het voorkomen dat we collega’s verliezen omdat het simpelweg niet meer vol te houden is.’

Internationaal en nationaal onderzoek laat zien dat langdurige overbelasting het risico op fouten vergroot en het herstelvermogen aantast. In een zorgsysteem dat steeds complexer wordt, is scherpte geen gegeven maar een randvoorwaarde. ‘Van piloten accepteren we ook niet dat ze structureel te weinig rust hebben’, aldus Hulsewé. ‘Waarom zouden we dat bij dokters dan normaal vinden?’

Niet alleen een wens van jonge artsen

Soms wordt het pleidooi voor kortere werkweken neergezet als een generatiekwestie. Jongere artsen zouden andere verwachtingen hebben van werk en privé. Hulsewé herkent dat beeld maar deels. ‘Ja, jonge collega’s zijn uitgesprokener over hun grenzen. Maar de behoefte aan een normale werkweek leeft breed. Dit gaat over alle generaties, alle regio’s en alle typen werkvormen.’

Dat blijkt ook uit gesprekken die de Federatie voert in het kader van de toe­komst­­­­­­­­visie Medisch Specialist 2035, en binnen wetenschappelijke verenigingen en ziekenhuizen. Ervaren specialisten geven aan dat zij achteraf gezien eerder hadden willen afschalen, terwijl jongere collega’s zoeken naar voorbeelden van hoe het vak duurzaam kan worden ingericht. ‘Bevlogenheid zit niet in het aantal uren’, zegt Hulsewé. ‘Die zit in kwaliteit, verantwoordelijkheid en betrokkenheid.’

Geen simpele oplossing, wel een duidelijke richting

Tegelijkertijd erkent de Federatie dat normalisering van de werkweek geen eenvoudige operatie is. In sommige vak­­gebieden staan roosters nu al onder druk en is de personele ruimte beperkt. ‘Dit is een complexe puzzel’, zegt Hulsewé. ‘Maar doorgaan op de huidige weg is geen optie. Te hoge werkdruk leidt uiteindelijk tot uitval en vertrek. Dat is de minst duurzame route die je kunt kiezen.’

Daarom kiest de Federatie voor een gefaseerde aanpak, waarbij ze nadrukkelijk samen optrekt met de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD), die de normalisering van de arbeidsduur al geruime tijd agendeert aan de cao-tafels. De komende jaren zetten zij in op het moderniseren van de formele voltijdsnorm, het inzichtelijk maken van de werkelijke inzet en het voeren van het gesprek met achterban, werkgevers en overheid. Impactanalyses, pilots en het delen van goede voorbeelden spelen daarin een belangrijke rol.

Het gesprek als motor

Hulsewé staat bekend als een voorzitter die inzet op dialoog. Ook in dit dossier kiest hij nadrukkelijk voor het gesprek. ‘Dit gaat niet over óf we moeten normaliseren, maar over hóe. Dat gesprek moeten we samen voeren, met oog voor verschillen tussen vakgebieden en ruimte voor maatwerk.’ Volgens hem is het cruciaal dat de medische beroepsgroep hierin zelf het voortouw neemt. ‘Als wij niet duidelijk maken wat nodig is om ons werk goed en veilig te blijven doen, dan doet niemand dat voor ons. Normalisering van de werkweek is geen eindpunt, maar een noodzakelijke stap om het vak aantrekkelijk en houdbaar te houden.’

De boodschap van de Federatie is daarmee helder: een veertigurige werkweek inclusief diensten is geen radicale breuk met het verleden, maar een logische aanpassing aan de realiteit van vandaag. Of, zoals Hulsewé het samenvat: ‘Goede zorg begint bij artsen die hun werk met energie, scherpte en plezier kunnen doen. Daar hoort een normale werkweek bij.’


Meepraten: Een veertigurige werkweek inclusief diensten, dat zou toch de max moeten zijn?

De normalisering van de werkweek raakt ons allemaal. We horen daarom graag hoe jij hier tegenaan kijkt. Heb je ideeën, suggesties of een kritische noot? Deel ze met ons - jouw input helpt het gesprek verder. Mail ons via voorzitter@demedischspecialist.nl.