‘Bij je voorbeeldrol als opleider hoort óók fouten maken’

DE DIALOOG

Een veilig opleidingsklimaat is een randvoorwaarde voor goed opleiden. Maar wat is een veilig opleidingsklimaat dan precies? In De Dialoog praten kinderarts, opleider in Tergooi MC en COC-voorzitter Bart van Ewijk en 3e jaars aios kindergeneeskunde Bas Vaarwerk over een open aanspreekcultuur. 

Dialoog

Wat verstaan jullie onder een veilig opleidingsklimaat? 
Bas Vaarwerk, aios: ‘Een veilig opleidingsklimaat wil niet zeggen dat er zich geen onveilige situaties kunnen voordoen. Maar wel dat je die kunt bespreken in een open cultuur waarin je elkaar kunt wijzen op wat goed gaat en wat er beter kan.’ 
Bart van Ewijk, opleider: ‘Daar sluit ik me bij aan. Daarnaast vraagt een veilig opleidingsklimaat dat ook de opleider zich kwetsbaar durft op te stellen. Opleiden betekent wederkerig van elkaar leren. Zo hebben we een spiegelpoli, waarin aios en ik om en om patiënten zien en elkaar feedback geven.’ 
Vaarwerk: ‘Nog één kanttekening: beiden moeten zich bewust zijn van de situatie en de positie die je op dat moment inneemt.’ 

Hoe bedoel je ‘situatie en positie’? 
Vaarwerk: ‘Niet elk moment leent zich voor feedback. Als ik bijvoorbeeld de overdracht sta te doen in het bijzijn van vijftien collega’s, is dat niet altijd een handig moment om terugkoppeling te krijgen over een competentie.’ 
Van Ewijk: ‘Andersom is niet iedere arts in de opleidingsgroep geschikt om elke soort vraag aan te stellen. Stel dat Bas graag wil leren over de competentie omgaan met fouten en ik heb net een tuchtklacht gehad. Wellicht kan ik dan goed over mijn ervaringen vertellen, maar het kan ook net gevoelig liggen. Dat is belangrijk om naar elkaar uit te spreken. Zo vraag ik aan het begin van een dienst hoe de ander in de wedstrijd zit. Soms heeft een aios bijvoorbeeld een slechte dag of die dag al veel feedback ontvangen. Dan komt het morgen wel weer.’ 

Wat zijn ingrediënten van een open aanspreekcultuur? 
Vaarwerk: ‘Dat je elkaar wederzijds kunt aanspreken. Als een coassistent mijn stijl van vragen stellen als scherp ervaart, is het belangrijk dat zij dat aangeeft. Dan kan ik ook uitleggen dat mijn vragen niet bedoeld zijn als kritiek, maar als onderwijsmoment.’ 
Van Ewijk: ‘Als opleider ben ik beoordelaar én coach. Daarom is het belangrijk die rollen te benoemen. Zo moet ik als beoordelaar een aios aanspreken op iets dat niet goed gaat, en kan ik als coach kijken hoe we dat samen verder oppakken.’ 

Dat vraagt best wat competenties en sensitiviteit. 
Vaarwerk: ‘Dat klopt. Je hebt opleiders nodig die verschillende rollen kunnen aannemen, er oog voor hebben dat iedere aios of anios anders is en naast iemand kunnen staan. En als aios moet je jezelf leren kennen en weten hoe je reageert. Dat is een proces.’ 
Van Ewijk: ‘Het is niet iedereen - aios en opleider - van nature gegeven om je steeds bewust te zijn van welke rol je inneemt en je op te stellen als active learner. Daarom besteden we in het onderwijs aandacht aan feedback geven en ontvangen en bespreken we het proces van opleiden.’ 

‘Bij je voorbeeldrol als opleider hoort óók fouten maken’ 

Wat zijn jullie ervaringen in de praktijk? 
Vaarwerk: ‘Het feedback geven aan de kinderartsen is voor ons soms nog onwennig. Dat we met meerdere aios de beoordelingsformulieren invullen en het gesprek wordt geleid door een onafhankelijke coach, geeft wel een veilig gevoel. Al blijft het lastig om specifieke situaties te benoemen: dan is natuurlijk al gauw de anonimiteit weg.’ 
Van Ewijk: ‘We denken dat we het goed geregeld hebben, maar in discussies blijkt dat dit nog niet altijd het geval is. Daarom gebruiken we de Dutch Residency Educational Climate Test (D-RECT) als startpunt: als we ergens minder op scoren, waar zit ‘m dat dan in? Verder gebruiken we niet alleen instrumenten. In benen-op-tafel- en keek-op-de-week-sessies kijken we hoe we het opleiden slimmer en veiliger kunnen maken.’ 

Tot slot: welke tip willen jullie meegeven om de aanspreekcultuur te verbeteren? 
Vaarwerk: ‘Spreek af dat elkaar aanspreken ook betekent dat je openstaat om daarop actie te ondernemen. Dan voelt de aios zich echt gehoord als hij de drempel overstapt om iets te zeggen.’ 
Van Ewijk: ‘Bij je voorbeeldrol als opleider hoort óók fouten maken. Feedback daarover helpt je in je werk en draagt bij aan de aanspreekcultuur. Sta open voor deze feedback van je collega's en van aios. Durf je ook als opleider kwetsbaar op te stellen en ook hierin het goede voorbeeld te geven.’

tekst: Naomi van Esschoten

Lees ook de andere interviews uit de serie.