Veelgestelde vragen over medisch-specialistische richtlijnen
Medisch-specialistische richtlijnen beschrijven wat goede zorg is. Ze ondersteunen medisch specialisten en patiënten bij het nemen van beslissingen over bijvoorbeeld diagnostiek, behandeling en nazorg, en helpen zo om in de praktijk tot passende zorg te komen. Op deze pagina vind je antwoorden op veelgestelde vragen: over hoe richtlijnen tot stand komen, wie daarbij betrokken zijn en hoe ze actueel worden gehouden. Staat je vraag er niet bij? Laat het ons weten.
Algemene vragen over richtlijnen
Voor wie zijn richtlijnen bedoeld?
Richtlijnen zijn in de eerste plaats bedoeld voor medisch specialisten. De aanbevelingen zijn uitgangspunt voor goede medisch-specialistische zorg en helpen hen om samen met de patiënt te beslissen welke zorg passend is.
Ook andere zorgverleners kunnen richtlijnen raadplegen, bijvoorbeeld bij verwijzingen en multidisciplinaire samenwerking. Richtlijnen geven zorginstellingen, toezichthouders, beleidsmakers en verzekeraars inzicht in wat de betrokken beroepsgroepen onder goede zorg verstaan.
Daarnaast vormen richtlijnen een basis voor onder meer patiënteninformatie (Thuisarts.nl), keuzehulpen, scholing, kwaliteitsregistraties en visitatie.
Wat leveren richtlijnen op voor de kwaliteit van zorg?
Richtlijnen dragen bij aan passende zorg: zorg die waarde toevoegt voor de patiënt, waarbij ook wordt gekeken naar voor- en nadelen, voorkeuren van de patiënt, haalbaarheid, kosten en inzet van mensen en middelen.
In richtlijnen komen wetenschappelijke kennis, ervaring uit de praktijk en het perspectief van patiënten samen. Ze laten zien welke afwegingen aan aanbevelingen ten grondslag liggen en helpen ongewenste praktijkvariatie te verminderen.
Richtlijnen ondersteunen medisch specialisten en patiënten bij het maken van goed onderbouwde keuzes over diagnostiek, behandeling en nazorg. Omdat richtlijnen multidisciplinair ontwikkeld worden, bevorderen ze ook samenhang tussen betrokken specialismen en zorgsectoren.
Hoe dragen richtlijnen bij aan het blijven verbeteren van de zorg?
Richtlijnen zijn ook een onderdeel van de zogenaamde kennis-kwaliteitscyclus, of anders gezegd: de continue cyclus van kennis ontwikkelen, toepassen en verbeteren. Hiermee wordt zichtbaar welke vragen over zorg nog niet goed zijn beantwoord. Dat kan aanleiding zijn voor nieuw onderzoek of zorgevaluatie. Nieuwe kennis die daaruit voortkomt, kan vervolgens leiden tot herziening van aanbevelingen.
Waar vind ik richtlijnen?
Alle medisch-specialistische richtlijnen staan openbaar gepubliceerd op de Richtlijnendatabase. De database bevat in totaal circa 600 richtlijnen, bestaande uit ruim 11.000 modules. Een richtlijn bestaat vaak uit meerdere, soms relatief kleine modules over inhoud, organisatie of technische onderdelen van de zorg. Meer hierover lees je bij de vraag Hoe is een richtlijn opgebouwd?
Hoe is een richtlijn opgebouwd?
Richtlijnen zijn opgebouwd uit modules.
- Elke module behandelt één concrete klinische vraag of knelpunt uit de praktijk, bijvoorbeeld over diagnostiek, behandeling, organisatie van zorg of technische handeling.
- Een module begint doorgaans met een uitgangsvraag.
- Vervolgens wordt het beschikbare wetenschappelijke bewijs samengevat en beoordeeld en worden andere relevante factoren standaard meegewogen, zoals voor- en nadelen, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten, gezondheidsgelijkheid, aanvaardbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid.
- Die afweging leidt tot één of meer aanbevelingen.
- Waar nodig wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen patiëntgroepen of uitzonderingssituaties.
Mag je afwijken van een richtlijn?
Ja. Een richtlijn is geen wet. De aanbevelingen zijn het uitgangspunt voor goede zorg. De medisch specialist beoordeelt samen met de patiënt wat in de individuele situatie het best passend is. Afwijken kan daarom nodig of wenselijk zijn. Die keuze moet dan zorgvuldig worden afgewogen, onderbouwd en vastgelegd in het patiëntendossier.
In het tuchtrecht is een afwijking van een richtlijn op zichzelf niet doorslaggevend. In de zes tuchtzaken tussen 2019 en 2023 waarin afwijking van een klinische richtlijn expliciet een rol speelde bij een gegrondverklaring of maatregel, was de afwijking niet onderbouwd of niet vastgelegd. Daarom is goede dossiervorming belangrijk.
Wat als een aanbeveling passende zorg in de praktijk lijkt te belemmeren?
Blijkt in de praktijk dat er lokaal of regionaal behoefte is om structureel af te wijken van een aanbeveling, bijvoorbeeld omdat de aanbevolen zorg geen toegevoegde waarde heeft of niet haalbaar is, dan is het belangrijk dat dit wordt teruggekoppeld aan het cluster waaronder de richtlijn valt.
Zulke signalen uit de praktijk zijn belangrijke input voor het onderhoud van richtlijnen en kunnen aanleiding zijn om een aanbeveling opnieuw te beoordelen.
Wie betaalt de ontwikkeling en het onderhoud van richtlijnen?
De ontwikkeling en het onderhoud van medisch-specialistische richtlijnen worden gefinancierd uit kwaliteitsgelden voor medisch specialisten (SKMS).
Hoe komt een nieuwe of herziene richtlijn in de praktijk terecht?
Publicatie van een richtlijn is niet het eindpunt. Al tijdens de ontwikkeling wordt gekeken naar de uitvoerbaarheid en wat nodig is om aanbevelingen in de praktijk toe te passen.
- Nieuwe en herziene richtlijnen worden direct gepubliceerd in de Richtlijnendatabase van de Federatie.
- De betrokken wetenschappelijke verenigingen brengen de nieuwe of gewijzigde aanbevelingen vervolgens onder de aandacht van hun leden. Afhankelijk van de richtlijn kan dat bijvoorbeeld via nieuwsbrieven, websites, scholing of bijeenkomsten.
- Informatie uit de richtlijn vormt ook de basis voor patiëntenvoorlichting, zoals informatie op Thuisarts.nl, keuzehulpen of keuzekaarten.
Ontwikkeling van richtlijnen
Hoe komen richtlijnen tot stand?
Richtlijnen worden volgens een vast en transparant proces onderhouden en ontwikkeld. Daarbij houden we vast aan nationale en internationale criteria voor richtlijnontwikkeling, zoals de GRADE-methodiek.
De uitgangspunten voor medisch-specialistische richtlijnen zijn vastgelegd in het visiedocument Richtlijnen 3.0 van de Federatie Medisch Specialisten.
Hoe ziet de ontwikkeling van een richtlijn eruit?
- Inventariseren: via analyse en uitvraag wordt bepaald welke onderwerpen om een richtlijnmodule of onderhoud vragen.
- Prioriteren: is nodig omdat het vanwege beperkte capaciteit en middelen niet mogelijk is om alles (tegelijk) te ontwikkelen of te herzien.
- Onderzoek beoordelen: wat zegt de beschikbare wetenschappelijke kennis?
- Aanbevelingen formuleren: naast het bewijs worden ook de voor- en nadelen, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten, gezondheidsgelijkheid, aanvaardbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid meegewogen.
- Commentaar en vaststelling: betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisaties en andere partijen reageren op het concept en keuren de richtlijn of module goed.
- Publiceren en onderhouden: de richtlijn komt in de Richtlijnendatabase en wordt aangepast als nieuwe kennis of knelpunten daar aanleiding toe geven.
Meer weten? Lees verder.
Wat gebeurt er als er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor een aanbeveling?
Ook als wetenschappelijk bewijs beperkt of onzeker is, kan een richtlijn een aanbeveling geven. De werkgroep weegt het beschikbare bewijs dan samen met professionele expertise, ervaringen uit de praktijk en het perspectief van patiënten. Ook andere relevante aspecten, zoals voor- en nadelen, kosten, gezondheidsgelijkheid, aanvaardbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid kunnen daarbij meewegen.
De mate van zekerheid over het wetenschappelijk bewijs en de overwegingen die tot de aanbeveling hebben geleid, worden transparant beschreven. Als belangrijke kennis ontbreekt, wordt dat expliciet benoemd. Dit kan aanleiding zijn voor kennisvragen en voor toekomstig onderzoek of zorgevaluatie.
Houden richtlijnen rekening met schaarste in de zorg?
Bij de ontwikkeling en herziening van richtlijnen wordt niet alleen gekeken naar de effectiviteit en veiligheid van zorg, maar ook naar betaalbaarheid, toegankelijkheid, duurzaamheid en personele capaciteit. Daarmee wordt in richtlijnen steeds explicieter gemaakt welke zorg weinig of geen toegevoegde waarde heeft en wanneer zorg passend is.
Hoe houden richtlijnen rekening met verschillen tussen patiënten?
Richtlijnen bevatten aanbevelingen voor groepen patiënten. Als verschillen tussen patiënten relevant zijn, zoals leeftijd, comorbiditeit, kwetsbaarheid, sociaaleconomische situatie en voorkeuren, wordt dit expliciet benoemd. De medisch specialist vertaalt de aanbeveling naar de situatie en voorkeuren van de individuele patiënt.
Hoe dragen richtlijnen bij aan passende zorg?
Richtlijnen helpen om te bepalen welke zorg voor welke patiënten passend is en dus waarde toevoegt. Ze ondersteunen het gesprek tussen medisch specialist en patiënt en maken duidelijk wanneer zorg wel, niet of anders kan worden ingezet, bijvoorbeeld thuis of digitaal.
Daarbij gaat het niet alleen om effectiviteit en veiligheid. Ook de voor- en nadelen, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten, gezondheidsgelijkheid, aanvaardbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid wegen mee.
Samenwerking bij ontwikkeling en onderhouden van richtlijnen
Door wie worden richtlijnen ontwikkeld?
Medisch-specialistische richtlijnen worden ontwikkeld en herzien door wetenschappelijke verenigingen samen met patiëntenvertegenwoordigers en andere relevante beroepsverenigingen. Dit gebeurt binnen multidisciplinaire richtlijnclusters, waarin meerdere richtlijnen rond een bepaald ziektebeeld in samenhang worden onderhouden.
Waar nodig sluiten ook andere organisaties aan, zoals de V&VN, of het NHG. Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten begeleidt de richtlijnontwikkeling en biedt methodologische ondersteuning.
Hoe worden patiënten betrokken bij richtlijnen?
Patiëntvertegenwoordigers zijn via patiëntenorganisaties betrokken bij ontwikkeling en het onderhoud van richtlijnen. Zij brengen ervaringen, voorkeuren en voor patiënten belangrijke uitkomsten in en nemen deel aan clusters en commentaarrondes.
Hun inbreng telt mee bij de afwegingen en de uiteindelijke aanbeveling en helpt om duidelijk te maken wat een aanbeveling in de praktijk voor patiënten betekent. Ten slotte geven patiëntenorganisaties goedkeuring op de nieuwe of herziene richtlijn of module.
Vindt er afstemming plaats met de NHG over de richtlijnen in de eerstelijnszorg?
Ja. Richtlijnen voor de huisartsenzorg en medisch-specialistische zorg kennen ieder hun eigen context waarin de zorg wordt geleverd. Daarom moeten aanbevelingen voor het zorgproces in eerste en tweede lijn goed op elkaar aansluiten. De Federatie en het NHG stemmen af over methodiek en relevante richtlijntrajecten.
Voorbeeld hiervan zijn de gezamenlijke verwijs- en terugverwijsafspraken. Als zorg sterk met elkaar verweven is, worden aanbevelingen voor het hele zorgproces vaak gezamenlijk ontwikkeld.
Hoe wordt de onafhankelijkheid van richtlijnontwikkeling bewaakt?
Bij de ontwikkeling van richtlijnen wordt de Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling gevolgd.
Clusterleden melden bij de start en tijdens de commentaarfase welke belangen mogelijk van invloed kunnen zijn op hun bijdrage aan de herziening of nieuw te ontwikkelen richtlijn. Deze belangen worden beoordeeld door een onafhankelijke belangencommissie en waar nodig worden maatregelen genomen om ongewenste beïnvloeding van de aanbevelingen te voorkomen.
Bij iedere richtlijnmodule is openbaar welke belangen zijn gemeld en hoe daarmee is omgegaan. Verandert er tijdens de ontwikkeling iets, dan moet dat opnieuw worden gemeld.
Actualiseren van richtlijnen
Wie is verantwoordelijk voor het onderhouden van richtlijnen?
De betrokken wetenschappelijke verenigingen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun richtlijnen. Het onderhoud wordt georganiseerd in multidisciplinaire richtlijnclusters: samenhangende richtlijnen die gezamenlijk worden beoordeeld en onderhouden.
Binnen een cluster bewaken een stuurgroep en expertisegroep, bestaande uit medisch specialisten, vertegenwoordigers van patiënten en waar nodig andere zorgverleners, welke modules aandacht nodig hebben.
Het Kennisinstituut ondersteunt het onderhoud methodologisch en procesmatig. Bij wijzigingen worden relevante partijen betrokken bij commentaar en formele vaststelling. Een overzicht van de bestaande clusterverdeling vind je hier.
Hoe worden richtlijnen onderhouden?
Richtlijnen worden zoveel mogelijk modulair onderhouden. Daardoor kan een specifieke module worden aangepast zonder dat de hele richtlijn opnieuw hoeft te worden herzien.
Aanleiding voor herziening kan zijn: nieuwe wetenschappelijke kennis, ongewenste praktijkvariatie, problemen in de uitvoering, uitkomsten van zorgevaluatie of maatschappelijke ontwikkelingen.
Ook signalen van zorgprofessionals, patiënten en andere stakeholders kunnen aanleiding zijn om een module opnieuw te beoordelen. Daarbij wordt gekeken welke wijzigingen in modules het meest urgent zijn.
Hoe wordt bepaald welke richtlijnmodules als eerste worden herzien?
Bij het bepalen welke modules als eerste worden herzien, staat de urgentie voor de patiëntenzorg centraal. Er wordt onder meer gekeken naar de ernst van het onderliggende gezondheidsprobleem en de impact op patiëntenzorg. Bijvoorbeeld op de inzet van zorgprofessionals, de toegankelijkheid van zorg, de bijdrage aan passende zorg en het voorkomen van zorg zonder (meer)waarde.
Hoe snel wordt nieuwe kennis in een richtlijn verwerkt?
Daar is geen vaste termijn voor. Nieuwe onderzoeksresultaten of signalen uit de praktijk worden eerst beoordeeld op hun betekenis voor bestaande aanbevelingen. Als nieuwe kennis naar verwachting belangrijke gevolgen heeft voor de kwaliteit en/of veiligheid van zorg, kan een module met voorrang worden herzien.
Hoe snel een wijziging kan worden doorgevoerd, hangt onder meer af van de urgentie en de afstemming die nodig is. Voor belangrijke inzichten is de ambitie om deze binnen een jaar in de richtlijn te hebben verwerkt.
Waarom staat nieuwe kennis niet meteen in een richtlijn?
Nieuw onderzoek leidt niet automatisch tot een aanpassing van een richtlijn. Soms zijn de resultaten uit het onderzoek nog niet overtuigend genoeg of moeten meerdere studies in samenhang worden beoordeeld. Ook kan afstemming met andere disciplines en patiëntenorganisaties nodig zijn.
Als nieuwe kennis aanleiding geeft om een richtlijn aan te passen, wordt gekeken hoe urgent die wijziging is voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Richtlijnmodules waarvan de herziening leidt tot ander beleid voor de praktijk, krijgen voorrang. Daarom worden richtlijnen tegenwoordig modulair onderhouden: een module kan worden aangepast zonder dat de hele richtlijn opnieuw hoeft te worden herzien.