Zorgevaluatie: van onderzoek naar praktijk

Implementatie van onderzoeksresultaten in de praktijk blijkt vaak lastig. De knelpunten richten zich met name op de bekostiging, gebrek aan samenwerking en de lange tijd die er overheen gaat om veranderde zorg te laten landen op de werkvloer. Hoe lossen we deze knelpunten op? Over deze vraag bogen 120 medisch specialisten zich samen met vertegenwoordigers vanuit VWS, ZonMw, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars tijdens het Symposium Zorgevaluatie op 2 november.

"Zorgevaluatie, onderzoek naar het effect van bestaande diagnostiek en behandeling is belangrijk. Want de helft van de behandelingen die wij uitvoeren, is nog niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd", zo startte dagvoorzitter en klinisch geriater Hanna Willems het Symposium Zorgevaluatie. Er is meer kennis nodig om de zorg effectiever en doelmatiger te maken. Als de onderzoeksresultaten er zijn, volgt de implementatie in de praktijk. Dat duurt vaak lang en lukt niet altijd.

Verandering kost tijd

Het is relatief eenvoudig om een innovatieve behandeling te implementeren. Maar als onderzoek laat zien dat een behandeling voor bepaalde groepen niet effectief is, blijkt het lastig om een gangbare werkwijze te veranderen. Ook mondige patiënten staan niet altijd open voor een andere behandeling of afwachten. Snelle opname van het onderzoeksresultaat in de Richtlijnendatabase kan helpen om meer draagvlak te krijgen voor verandering in de zorg. Bij discussie met collega’s en patiënten kan dan op de richtlijn worden teruggegrepen. Doordat richtlijnen de laatste paar jaren modulair worden opgebouwd en herzien, kan nieuw onderzoek ook sneller worden opgenomen in medisch-specialistische richtlijnen. Zodat ze vervolgens ook sneller geïntegreerd kunnen worden in de protocollen in ziekenhuizen.

Bekostiging

Een ander knelpunt zijn verkeerde financiële prikkels die een belemmering vormen om minder invasieve behandelingen in te voeren: hoge productie in ziekenhuizen wordt nog steeds beloond. Ook wordt veranderde zorg niet altijd direct opgenomen in het verzekerde pakket. Waardoor er niet zoveel draagvlak is om de nieuwe behandeling te gaan doorvoeren; je wilt de patiënt niet met kosten opzadelen. Maurice van den Bosch, voorzitter van de Raad van bestuur van het OLVG, gaf in zijn presentatie te kennen dat hij daarin ook een rol weggelegd ziet voor de Raden van Bestuur van ziekenhuizen. "De Raad van Bestuur is dienend aan de professional en de patiënt. Wij vertrouwen op de expertise van medisch specialisten als zij een nieuwe of veranderde behandeling willen invoeren. Wel verwachten we dan van hen dat zij het initiatief nemen om dit bij ons aan te kaarten. Als Raad van Bestuur kunnen wij vervolgens om tafel met de zorgverzekeraar om dit te bespreken."

Samenwerking

Peter Kapitein, kankerpatiënt, pleitte voor meer betrokkenheid van de patiënt bij beslissingen over behandelingen, om zo de zorg steeds beter te maken. Peter Paul van Benthem, voorzitter van de Raad Wetenschap & Innovatie van de Federatie sloot zich daarbij aan en concludeerde: "Om goede implementatie van onderzoek voor elkaar te krijgen, is samenwerking nodig. We kunnen dit als onderzoekers niet alleen. Er is medewerking nodig van zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen, politiek en ziekenhuisbesturen. De Federatie biedt daarbij graag ondersteuning."

Kennisagenda’s

Er is de laatste 5 jaar al veel bereikt op het gebied van zorgevaluatie: om de belangrijkste kennishiaten in beeld te brengen waar medisch specialisten tegenaan lopen, hebben 15 wetenschappelijke verenigingen samen met patiëntenorganisaties kennisagenda’s opgesteld. Daarnaast zijn er 13 in ontwikkeling en lopen er al meer dan 60 studies. Het is dus belangrijk om te zorgen dat de resultaten van deze studies straks goed geïmplementeerd worden in de praktijk.