Vijf nieuwe Less is More onderwerpen goedgekeurd
Afgelopen september zijn de eerste dertien Less is more onderwerpen vastgesteld die aangepast gaan worden in richtlijnen. Deze week zijn er vijf onderwerpen aan die lijst toegevoegd. De goedgekeurde onderwerpen zijn afkomstig van internisten, cardiologen, urologen, revalidatieartsen en de dermatologen in samenwerking met patiëntenverenigingen.
Door de toenemende zorgvraag en personeelstekorten staat de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg onder druk. Daarom heeft de Federatie Medisch Specialisten in samenwerking met het programma ZE&GG het Less is More-traject opgezet. Het doel daarvan is het op een verantwoorde manier reduceren van zorg waarvan het aannemelijk is dat die voor de patiënt niets of weinig toevoegt in de praktijk en waarvoor geen bewijs van effectiviteit is.
De aanvragen van wetenschappelijke verenigingen voor de volgende vijf onderwerpen zijn goedgekeurd:
- Internisten en Hematon: verminderen van duur en frequentie van (levenslange) standaard follow up bij patiënten met indolente lymfomen. Patiënten met indolente lymfomen worden veelvuldig routinematig gecontroleerd op de polikliniek, ook als behandeling niet nodig is. Omdat eventuele klachten van de patiënt hierbij leidend zijn, kan de patiënt zelf de regie gegeven worden over noodzaak van plannen van een controlebezoek.
- Cardiologen en Hartstichting: verminderen echografische follow-up van patiënten met een verwijding van de aorta ascendens, die geen onderliggende syndromale afwijking hebben. Voor de patiënt betekent dit minder ziekenhuisbezoeken, waardoor de belasting van herhaalde afspraken en reistijd afneemt. Minder frequente controles verlaagt daarnaast de nadruk op ziekte en geeft aan dat er geen aanwijzingen zijn voor een zorgwekkend ziektebeeld.
- Urologen en patiëntenvereniging blaas- of nierkanker, met steun van de radiologen: verminderen van het aantal CT-scans in de follow up van patiënten na curatieve behandeling voor een laag-risico niercelcarcinoom. Voor de patiënt betekent minder CT-scans minder stralingsbelasting en minder kans op ongewenste bijvangst met onnodige vervolgonderzoeken. Ook zorgt het voor minder stress en angst, minder ziekenhuisbezoeken en een betere kwaliteit van leven.
- Revalidatieartsen en Spierziekten Nederland: stoppen met standaardcontroles voor patiënten met FSHD, facioscapulohumerale spierdystrofie, een erfelijke spierziekte die in een expertisecentrum behandeld worden. Deze worden vervangen door controles op indicatie en op maat. Voor de patiënt betekent dit minder onnodige ziekenhuisbezoeken en minder belasting qua tijd en energie. De zorg wordt afgestemd op de situatie en behoefte van de patiënt.
- Dermatologen en Alopecia Vereniging samen met de Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem en Huid Nederland – Patiëntenplatform Urticaria: verminderen van onnodige screening en monitoring bij patiënten met alopecia areata, handeczeem en chronische urticaria die systemische medicatie gebruiken.
Vervolg richtlijnen
Om de vijf onderwerpen te bepalen, hebben wetenschappelijke verenigingen input opgehaald binnen hun achterban. Daarbij is ook intensief samengewerkt met de patiëntenverenigingen. In totaal zijn er in 2025 achttien onderwerpen voor de-implementatietrajecten goedgekeurd, met steun van alle MSZ-partijen (medisch-specialistische zorg) binnen het programma ZE&GG. Naar verwachting worden de bijbehorende richtlijnen (modules) in 2026 aangepast. De daadwerkelijke de-implementatie in de praktijk start naar verwachting in 2027.
Over het Less is More-traject
De Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL) startte als eerste met een Less is More-project. De partijen in de medisch-specialistische zorg (MSZ), verenigd binnen het programma ZE&GG, wilden vervolgens alle wetenschappelijke verenigingen de gelegenheid bieden om met Less is More-onderwerpen te komen vanuit het eigen specialisme. ZE&GG heeft hiervoor de middelen en een subsidieregeling ter beschikking gesteld. Met de Federatie Medisch Specialisten en Patiëntenfederatie Nederland zijn alle wetenschappelijke verenigingen en patiëntenorganisaties bij dit traject betrokken.