Richtlijn ME/CVS in ontwikkeling: belangrijke stappen gezet, meer tijd nodig
De ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS is in volle gang. De inhoud krijgt steeds meer vorm. Tegelijkertijd vraagt de complexiteit van het onderwerp om meer tijd dan vooraf voorzien. Het doel is een kwalitatief hoogwaardige richtlijn met voldoende draagvlak onder zorgverleners en patiënten.
De werkgroep voor de ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS heeft de afgelopen periode belangrijke stappen gezet. De voorbereidende fase is succesvol afgerond, de werkgroep en kerngroep functioneren goed en meerdere modules van de richtlijn bevinden zich in een vergevorderd stadium.
Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat de ontwikkeling van de richtlijn meer tijd en middelen vraagt dan vooraf voorzien. De complexiteit van het onderwerp, de breedte van de richtlijn en het belang van zorgvuldige consensusvorming maken het proces intensief. Daarom heeft de werkgroep een verzoek ingediend om de deadline te verlengen en aanvullende financiering mogelijk te maken.
De werkgroep realiseert zich dat dit uitstel bij mensen met ME/CVS, hun naasten en zorgverleners teleurstelling kan oproepen. De behoefte aan een actuele, duidelijke richtlijn is groot. De werkgroep verwacht dat deze richtlijn een belangrijke bijdrage kan leveren aan het bevorderen van kwalitatief goede, doelmatige en persoonsgerichte zorg voor mensen met ME/CVS. Alle betrokken partijen blijven zich actief inzetten en werken vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid toe naar een kwalitatief hoogwaardige richtlijn.
Samenstelling werkgroep
Sinds de start van het traject zijn er enkele wisselingen in de werkgroep geweest. De actuele samenstelling van de werkgroep die zich bezighoudt met de ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS is als volgt:
- Prof. dr. J.A. (André) Knottnerus, emeritus-hoogleraar huisartsgeneeskunde, onafhankelijk voorzitter
- Dr. M.L.A. (Monique) Broekhuizen, verzekeringsarts, werkzaam bij UWV te Den Haag, Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
- Dr. S.L. (Sonja) Brunet-van Ockenburg, internist-endocrinoloog, werkzaam bij het UMCG te Groningen, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- Mr. Drs. J. (Jordy) de Haan, econoom en jurist, ME/cvs Vereniging
- Drs. Y. (Ynske) Jansen, Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
- J.E. (Ernst) Jurgens, MD, MSc, klinisch arbeidsgeneeskundige, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
- Prof. dr. J. (Joost) Dekker, emeritus-hoogleraar paramedische zorg Amsterdam UMC te Amsterdam, Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt)
- Dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, werkzaam in het Diakonessenhuis te Utrecht, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- K. (Klaartje) Spijkers, MSc, senior beleidsmedewerker, Patiëntenfederatie Nederland
- Dr. J.W.P. (Joris) Vernooij, internist, werkzaam in De VermoeidheidKliniek te Lelystad, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
- J. (Jacqueline) Leenders MSc, Ergotherapie Nederland. Ergotherapeut De Hoogstraat revalidatie en promovendus Radboudumc
- S. (Saskia) de Wit, MSc, MECVS Nederland
- Prof. dr. J.W.M. (Jos) van der Meer, emeritus-hoogleraar interne geneeskunde, adviserend werkgroeplid, Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
Daarnaast is er een klankbordgroep betrokken bij de richtlijnontwikkeling, met afvaardiging vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT), Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) en de beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW).