Opleiden voor brede inzetbaarheid: wat we nu al kunnen doen

Een vergrijzende bevolking met multimorbiditeit voert de druk op de zorg op. Dat vraagt om een verschuiving naar generalistische zorg. De projectgroep Ruimte voor opleiden werkt daarom aan een nieuwe opleidingenstructuur: een brede basisfase voor alle artsen in opleiding. Tijdens een themabijeenkomst van de Raad Opleiding op 8 oktober 2025 kwamen medisch specialisten en a(n)ios bij elkaar om geïnspireerd te raken en samen te bouwen aan de toekomst. Ze bespraken drie onderwerpen: de noodzaak om de opleiding opnieuw in te richten, een ander begeleidingsmodel en scenario’s voor de basisfase.

De uitdaging: generalistische én gespecialiseerde zorg

Chirurg Bas Verhoeven benadrukt het belang van een ander opleidingsmodel: 'In 2035 moeten we zowel generalistische als zeer gespecialiseerde zorg bieden. We ontwikkelen vaak door in onze niche en vertrouwen niet meer op onze basisvaardigheden, terwijl we daarmee onnodige consulten kunnen reduceren. De aansluiting tussen master en vervolgopleiding is nu niet optimaal. Een nieuwe structuur kan die periode verkorten of zelfs vervangen.'

video-play-button
Project Ruimte voor opleiden uitgelegd

Anders opleiden, een ander begeleidingsmodel?

In veel ziekenhuizen wordt ingezet op het beter introduceren en begeleiden van nieuwe professionals in de zorg. Het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) laat zien hoe hun intensieve begeleidingsmodel kan leiden tot een grotere leeropbrengst en meer werkplezier. Mirelle Voskes, onderwijskundig adviseur bij het ETZ, vertelt: 'In ons zorginnovatiecentrum (ZIC) staat leren voor verpleegkundigen centraal. Er wordt normale patiëntenzorg geleverd, maar leren van elkaar en van begeleiders is de kern. Je activeert en betrekt mensen, waardoor de leeropbrengst groter is.’ Het begeleidingsmodel steunt op drie onderdelen:

  1. Andere inrichting van de leeromgeving waarin het leerdoel centraal staat. Student en begeleider stemmen af op persoonlijke behoeften: in welke fase zit je? Wat wil je leren?  
  2. Betere benutting van leermomenten die er al zijn. Supervisoren blijven continu bevragen in plaats van te zenden: hoe zie jij dat? Wat denk jij?
  3. Van zorg centraal naar leren centraal. Supervisoren brengen aios of assistent met de juiste vragen in beweging, en benadrukken niet alleen wat fout gaat.

Een veilige leeromgeving waarin leerdoelen centraal staan spreekt de nieuwe generatie aan, blijkt uit een panelreflectie met toekomstige specialisten. 'De begeleiding verschilt nu extreem per plek,' vertelt co-assistent Anne van der Sterren. 'Het is fijn als er wordt gekeken naar wat je wilt en kunt.' Aios kindergeneeskunde Tessel Korver vult aan: 'Als je meer bekwaamheden hebt, word je meer losgelaten, maar het startniveau verschilt. Daar zou in de begeleiding meer tijd en aandacht voor moeten zijn.' Meer ruimte voor gezamenlijke leermomenten is wenselijk. Anne: 'Het is fijn als iemand eens een volledig consult meekijkt. Zoals op een spiegelpoli, waarbij aios en arts elkaar om en om observeren.'

Vakinhoudelijke basis voor alle aios in het ziekenhuis

Internist-oncoloog Lieselot Valkenburg-Van Iersel dacht als voorzitter van de tekentafel Basis beschouwend in project Ruimte voor opleiden het afgelopen jaar na over cruciale kernactiviteiten. ‘Na een aantal sessies kwamen we weer samen met de tekentafel snijdend. Toen bleek dat de essentie van ons vak erg overeenkomt. Samen kwamen we tot vijf kernactiviteiten die de aios breed inzetbaar maken in het ziekenhuis.


Wat zijn de 5 kernactiviteiten?

  1. Opvang, diagnostiek en behandeling acute patiënt  
  2. Anamnese, diagnose en behandeling (inzetten) bij een patiënt met een niet acute klinische presentatie  
  3. Coördineren van (peri-operatieve) zorg rond de patiënt  
  4. Consultatie en advies uitvoeren en aanvragen  
  5. Uitvoeren van eenvoudige chirurgische procedures en ingrepen

Koen Bos, orthopedisch chirurg en voorzitter van de tekentafel snijdend, vult aan: ‘In ons advies voor de basisfase hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd die voor ons cruciaal zijn om breed op te leiden. In de interprofessionele onderwijslijn moeten deelnemers de vijf kernactiviteiten op niveau 4 afronden. Variabelen waar we over na moeten denken zijn het startmoment, de setting en een passend begeleidingsmodel.’

De tekentafels stelden verschillende scenario’s op. Het voorkeursscenario bleek een basisfase van een jaar voor alle dokters die kiezen om in het ziekenhuis te werken. De tekentafels adviseren bij de invulling en vormgeving van de basisfase een aantal opleidingselementen:  

  • Verschillende locaties: De toekomstig specialist behaalt leerdoelen in de zaal, de spoedeisende hulp en de poliklinische operatiekamer.  
  • Duur en rotatie: Drie maanden per plek, vier rotaties in totaal. De duur hangt af van individuele ontwikkeling. De laatste fase is vrij in te delen om ook buiten het ziekenhuis ervaring op te doen.
  • Begeleiding: Per locatie intensieve begeleiding in de eerste maand, daarna is er  meer ruimte voor zelfstandig werken.  

Samen bouwen aan de toekomst

Verhoeven geeft een overzicht van de lopende projecten: het samenstellen van de uitgave met Compendium Geneeskunde over de meest gestelde consultvragen met alle wetenschappelijke verenigingen, het basiscurriculum dat wordt besproken met opleidingsdirecteuren van de geneeskundeopleidingen, en het onderzoek naar alternatieve financieringsmodellen. Bij het vragenrondje blijkt het publiek enthousiast, maar er zijn ook kritische vragen: moeten ondersteunende specialismen deze basisfase doorlopen? Waar plaats je specialismen die tussen snijdend en beschouwend zitten? En hoe creëer je ruimte voor begeleiding?  

Verhoeven besluit: 'We dringen u niets op, maar bouwen samen aan de toekomst. In 2026 onderzoeken we met opleiders en aios hoe nieuwe en lopende initiatieven kunnen bijdragen aan het opleiden van breed inzetbare medisch specialisten. We roepen op te experimenteren en met ons de haalbaarheid te toetsen. Wordt vervolgd!'

Lees hier meer over het project Ruimte voor opleiden.