Medisch Contact: Juridisch loket Federatie en LAD uitgegroeid tot breed expertisecentrum
Is mijn arbeidsovereenkomst in lijn met de cao? Is de manier van roosteren in ons ziekenhuis wel juist? Klopt mijn zzp-contract? En kunnen jullie mij begeleiden nu ik in een arbeidsconflict dreig te belanden? Het zijn vragen die regelmatig binnenkomen bij het Kennis- en dienstverleningscentrum. De juridische afdeling van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD bestaat tien jaar en behandelde in die periode ruim 25 duizend juridische vragen en dossiers. ‘Artsen weten ons te vinden voor advies en juridische ondersteuning. We fungeren voor hen vaak als vangnet’, aldus Adriaan Taselaar, manager van het Kennis- en dienstverleningscentrum in Medisch Contact.
Het was een intensief traject, herinnert Taselaar zich, toen de Federatie en LAD tien jaar geleden besloten hun juridische afdelingen samen te voegen. ‘Beide afdelingen kregen veel dezelfde soort vragen. Maar er was slechts een gedeeltelijke overlap in onze achterban. Toen de LAD en Federatie in de belangenbehartiging voor medisch specialisten in dienstverband steeds meer samen gingen optrekken, was de samenvoeging echter een logische stap.’
‘We weten wat er speelt in de dagelijkse praktijk van artsen; dat is onze kracht’
Die samenvoeging was in het begin wennen, maar Taselaar is blij dat het besluit destijds is genomen. Al vrij snel werd de samenwerking heel vanzelfsprekend. ‘Vanwege de kruisbestuiving hebben we een brede juridische expertise opgebouwd voor alle groepen artsen: van aios tot medisch specialist en van jeugdarts tot specialist ouderengeneeskunde. Daarnaast ondersteunen we groepen artsen en geven we advies aan de wetenschappelijke verenigingen die zijn aangesloten bij de Federatie. Onze juristen en andere medewerkers weten wat er speelt in de dagelijkse praktijk van artsen; dat is onze kracht. Gecombineerd met het feit dat we onze expertise inbrengen en omgekeerd expertise ophalen bij de onderhandelaars van de LAD, de adviseurs bij ons Kennisinstituut die richtlijnen ontwikkelen en de beleidsadviseurs van de Federatie en de LAD. Door deze interactie kunnen we artsen heel gericht ondersteunen.’
Rechtsgebieden
De meeste aanvragen (ongeveer twee derde) gaan over arbeidsrecht, zoals arbeidsconflicten, ontslag, ziekte en arbeidsongeschiktheid, pensioen, salaris en vergoedingen, arbeidstijden en opleidingsgeschillen. Op de tweede plek (14 procent) staat gezondheidsrecht, gevolgd door ondernemingsrecht (9 procent). Tot slot gaat 5 à 6 procent over verenigingsrecht en eenzelfde percentage komt van groepen professionals, die bijvoorbeeld ondersteuning willen bij het oprichten van een medische staf of het verder professionaliseren daarvan.
Pieken
In de afgelopen tien jaar zijn de percentages vragen per rechtsgebied redelijk constant, al zijn er ook duidelijke pieken zichtbaar. Zo kwamen in de beginjaren relatief veel vragen binnen van medisch specialistische bedrijven (msb’s), met name over goodwill en organisatievormen. In 2016-2018 zorgde het pensioenaftoppingsdossier voor een piek, waar de Federatie en de LAD intensief samen in optrokken. Daarnaast leidde het eerste coronajaar tot een record aan vragen, zowel op het gebied van arbeidsrecht als gezondheidsrecht (welke principes gelden bij triage, wat als er geen beschermingsmiddelen zijn?). Een andere duidelijke stijging was zichtbaar in 2018 na het faillissement bij MC Slotervaart: de juristen van de Federatie en LAD hebben toen een actieve rol gepakt om de artsen in dit ziekenhuis te ondersteunen.
Trends
Los van dit soort pieken is een aantal trends zichtbaar. Zo weten groepen professionals het Kennis- en dienstverleningscentrum steeds beter te vinden. ‘Goed verklaarbaar’, meent Taselaar, ‘omdat er sinds 2015 is ingezet op het verstevigen van de positie van medische staven, msb’s, verenigingen medisch specialisten in dienstverband en andere inspraakorganen. Ik ben blij dat artsen in zulke situaties contact met ons opnemen. We verlenen ook regelmatig onze medewerking bij trainingen.’
Daarnaast zien de juristen het aantal dossiers op het gebied van ziekte en ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid toenemen. Verder wordt het Kennis- en dienstverleningscentrum steeds vaker benaderd door a(n)iossen. Tien jaar geleden was één op de tien cliënten a(n)ios; intussen is dat bijna één op de vijf. Taselaar vermoedt dat dit te maken heeft met het feit dat a(n)iossen zich steeds beter durven uit te spreken en dus ook aan de bel trekken als ze vragen hebben of ondersteuning willen. ‘We krijgen van hen bijvoorbeeld vragen over zwangerschap (hoe zit het dan met je diensten?), de 38+10-constructie en detachering tijdens de opleiding.’
Verdieping en verbreding
Taselaar signaleert tot slot een verdieping en verbreding van onderwerpen waarover de juristen worden benaderd. Hij noemt als voorbeeld de covid-19-periode. ‘Die leidde niet alleen tot een piek aan zaken, maar zorgde ook voor vragen over nieuwe thema’s, zoals triage, beschermingsmiddelen en beeldbellen. Vanuit de wetenschappelijke verenigingen komen sindsdien vaker organisatievragen binnen, zoals over digitale algemene vergaderingen, de besluitvorming daarbij en privacyvraagstukken.’ Verder weten artsen de juristen te vinden bij nieuwe wetgeving, zoals zzp-regelgeving. Datzelfde geldt voor gezondheidsrechtelijke onderwerpen. Denk aan visitatie, verantwoordelijkheidsverdeling, aansprakelijkheid en richtlijngerelateerde vraagstukken.
Ontzorgen
Taselaar benadrukt dat het Kennis- en dienstverleningscentrum artsen in dienstverband als aangeslotene van de Federatie en als lid van de LAD ook kunnen bijstaan in juridische procedures bij de rechter en/of geschillencommissies. ‘Zij hebben niet alleen recht op rechtsbijstand bij de lagere rechters, maar ook in hoger beroep en cassatie bij de Hoge Raad. Ook kunnen zij via ons terecht voor juridische ondersteuning bij een tuchtklacht, een strafzaak of een melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dankzij een verzekering die wij hebben afgesloten.’
Hoe complex een zaak ook is, uiteindelijk is het doel bij iedere vraag om een arts te helpen, zegt hij tot slot. ‘Dat begint met goed luisteren en eindigt met deskundige ondersteuning waarbij wij écht willen ontzorgen, zodat artsen zich kunnen richten op het leveren van de best mogelijke zorg aan hun patiënten/cliënten.’
JURIDISCHE DIENSTVERLENING IN EEN NOTENDOP
• Jaarlijks behandelt het Kennis- en dienstverleningscentrum gemiddeld 2500 vragen en dossiers.
• De meeste vragen komen van medisch specialisten (45 procent), gevolgd door a(n)iossen (20 procent) en overige zorgprofessionals (18-24 procent), zoals specialisten ouderengeneeskunde, artsen maatschappij + gezondheid, artsen voor verstandelijk gehandicapten, klinisch chemici, klinisch fysici, klinisch technologen en ziekenhuisapothekers.
• Als je kijkt naar medisch specialisten, dan komt de top 3 aan vragen van psychiaters, kinderartsen en internisten (in lijn met de omvang van hun vereniging).
• Op instellingsniveau komen de meeste vragen uit umc’s (in lijn met hun omvang).
• Aangeslotenen bij de Federatie en leden van de LAD kunnen jaarlijks 20 uur (coassistenten: 10 uur) aan juridische ondersteuning krijgen.
• Gemiddeld wordt de dienstverlening beoordeeld met een 8,6.