Herziening richtlijn Colorectaalcarcinoom
De herziene richtlijn helpt zorgverleners bij het nemen van beslissingen over aanvullende chirurgie na de lokale verwijdering van een pT1-2 coloncarcinoom. De richtlijn legt nu meer nadruk op zorg op maat en behandelingen die organen zoveel mogelijk sparen. Er is gebruik gemaakt van nieuwe modellen om het risico beter in te schatten en de behandeling beter aan te passen aan de patiënt.
Colorectaal carcinoom, oftewel darmkanker, is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland, met jaarlijks duizenden nieuwe diagnoses. Sinds 2015 neemt de incidentie af, mogelijk mede door het bevolkingsonderzoek dat in 2014 van start ging. Omdat kanker eerder wordt opgespoord en behandeld, worden minder mensen later gediagnosticeerd met gevorderde stadia. Door het bevolkingsonderzoek neemt het aandeel pT1-2 colorectaalcarcinoom toe. Colorectaal carcinoom komt iets vaker voor bij mannen en treft voornamelijk 55-plussers. Er komen steeds meer behandelingen beschikbaar, die bovendien continu worden verfijnd.
Inhoud van de richtlijn
Patiënten worden na een lokale verwijdering van een pT1-2 coloncarcinoom voortaan onderverdeeld in 4 risicogroepen, gebaseerd op de kans op lymfekliermetastasen (<5%, 5-15%, 15-25% en >25%). De aanbevolen behandeling verschilt per groep:
- Bij een kans <5% blijft endoscopische follow-up de voorkeursbehandeling.
- Voor patiënten met een risico van 5-15% wordt actieve follow-up nu als standaard aanbevolen.
- Bij een kans van 15-25% wordt samen met de patiënt besloten tussen complementerende chirurgie of actieve follow-up, waarbij operatierisico’s, concurrerende gezondheidsproblemen en kwaliteit van leven worden meegewogen.
- Voor patiënten met een risico >25% blijft complementerende chirurgie de aanbevolen behandeling.
De herziene richtlijn sluit aan bij de toenemende voorkeur voor orgaansparende behandelingen. Uit nieuwe inzichten blijkt dat aanvullende chirurgie minder voordelen oplevert dan eerder werd gedacht, terwijl de risico’s op complicaties en de impact op de kwaliteit van leven groter kunnen zijn. Daarom is het belangrijk dat de behandeling zorgvuldig wordt afgestemd op de patiënt.
Samenwerking
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), in samenwerking met internisten (NIV), klinisch geriaters (NVKG), maag-darm-leverartsen (NVMDL), radiotherapeuten en oncologen (NVRO), pathologen (NVVP), radiologen (NVvR), nucleair geneeskundigen (NVNG) en verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN). Tevens is input verwerkt van de patiëntenorganisatie Stichting Darmkanker. Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).