Addendum richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis
Er is een addendum toegevoegd aan de richtlijn ‘Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis’. Dit addendum bevat aanpassingen in twee modules. Het doel is om knelpunten te verhelpen en zo het proces van euthanasie zorgvuldiger en efficiënter te maken. Een volledige herziening van de richtlijn volgt later.
Inhoud van de richtlijn
Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis doorloopt vier fasen. In de verzoekfase wordt het verzoek tot levensbeëindiging besproken. Wanneer wordt besloten om het verzoek nader te onderzoeken, volgt de beoordelingsfase, waarin wordt vastgesteld of aan de zorgvuldigheidseisen en andere criteria is voldaan. Daarna start de consultatiefase, waarin een onafhankelijk consulent het verzoek beoordeelt. Indien alle voorwaarden zijn nageleefd, kan de procedure overgaan naar de uitvoeringsfase, waarin de levensbeëindiging plaatsvindt.
De richtlijn uit 2018 bleek in de praktijk niet altijd goed werkbaar. Soms was de wilsbekwaamheid nog niet beoordeeld voordat een patiënt in de consultatiefase kwam, wat vertraging opleverde. Ook was er een tekort aan SCEN-artsen die psychiater zijn en is er een behoefte aan een eenvormige praktijk van het SCEN-consult bij zowel psychische als somatische problematiek. Met deze aanpassingen wordt het proces beter afgestemd op de praktijk. Het addendum bij de richtlijn wijzigt de aanbevelingen in twee modules:
- Second opinion door onafhankelijke psychiater (module 4.1): De beoordeling van de wilsbekwaamheid vindt voortaan altijd al plaats in de beoordelingsfase, en niet soms pas tijdens de consultatiefase. Dit kan worden gedaan door de psychiater die de second opinion uitvoert of door een tweede onafhankelijke psychiater.
- Beoordeling door onafhankelijk consulent (module 5.1): Wanneer een arts die geen psychiater is een euthanasieverzoek behandelt, mag de consultatie door een SCEN-arts zonder specialisatie in de psychiatrie worden uitgevoerd. Onder voorwaarde dat dit gebeurt in overleg met een SCEN-arts die wél psychiater is. Hierdoor kan de beperkte groep SCEN-artsen met een psychiatrische achtergrond beter worden ingezet.
Samenwerking
De richtlijn is herzien door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). De commentaar- en autorisatiefase zijn begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.