Anders werken Tergooi vergt diepte-investeringen - ‘Begin klein en meet de resultaten’

Dit artikel is onderdeel van het dossier Juiste zorg op de juiste plek in het magazine Medisch Specialist.

Doorgaans staat niet iedereen te springen als twee ziekenhuislocaties worden samengevoegd. Tergooi in Hilversum maakt van de nood een deugd door anders te gaan werken: ‘Van dit soort vernieuwingen worden artsen blij, en dat werkt besmettelijk’, zegt anesthesioloog-intensivist en voorzitter van de medische staf Eline van Slobbe-Bijlsma. Wat begon vanuit urgentie, leverde een voorsprong op.

Ziekenhuis Tergooi maakt de overstap van twee locaties naar één nieuw gebouw in Hilversum. ‘Deze integratie zorgt voor kostenbesparende samenvoeging van functies, maar biedt ook momentum om anders te gaan werken. In de kern doen we dat door zorgpaden te veranderen’, zegt Van Slobbe. Het programma daarvoor heet ‘Zorg Dichterbij’ en brengt ook echt de zorg dichterbij de patiënt, met behulp van thuismonitoring, bellen en beeldbellen. ‘Op momenten dat er geen stethoscoop aan te pas komt, kun je heel veel op afstand,’ vat ze samen. ‘En we zorgen er altijd voor dat het meerwaarde voor de patiënt en de mantelzorger oplevert. Neem “COPD Thuis”. Als de monitoring thuis kan gebeuren, dan geeft dat de patiënt rust, maar ook de partner, die makkelijker alleen van huis kan.’

Image

Vijftig projecten

Eline benadrukt dat Tergooi altijd een algemeen ziekenhuis met een breed zorgaanbod zal blijven, maar wel met nadrukkelijk oog voor een andere manier van samenwerken met zorgaanbieders in de regio. ‘Een huisarts werkt één dag per week in het programmateam en er zal binnenkort ook een huisarts in de stuurgroep plaatsnemen. ‘In de toekomst,’ blikt ze vooruit, ‘kun je bijvoorbeeld denken aan medisch specialisten die bij de huisarts in de praktijk of bij de VVT instelling consulten doen.'

Daarnaast zit zorgverzekeraar Zilveren Kruis aan tafel, en denken ook organisaties in de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT), de huisartsen en de cliëntenraad mee in een klankbordgroep. Zij worden in de klankbordgroep op de hoogte gehouden van de projecten in het programma. Daar komen bijvoorbeeld dermatologie, orthopedie en kindergeneeskunde aan de orde. Een voorbeeld: 'Medisch specialisten in die disciplines kunnen mogelijk op afstand een middag per week meekijken naar patiënten. En als een kind bij een huisarts op afspraak komt met buikpijn en hoofdpijnklachten, kan de kinderarts inbellen. We hebben inmiddels zo’n vijftig van dit soort projecten.’ Op de vraag of ze al cijfers en opbrengsten kan delen, zegt ze: ‘De inschatting is dat we met zo’n honderd van dergelijke aanpassingen van zorgpaden tachtigduizend polikliniekbezoeken en elfduizend ligdagen verminderen. Twintig procent van het huidige aantal. Hiermee creëren we ruimte om de stevige toename van de zorgvraag in deze regio op te vangen.'

Begin klein

Eline ziet dat specialisten in het ziekenhuis - door de bank genomen - graag meewerken. ‘We hebben een goed programmateam dat alle vakgroepen langs gaat en erop aanstuurt dat projecten echt van de werkvloer komen, ook met inbreng van doktersassistenten en verpleegkundigen.’ Vakgroepen starten vaak met één project. Zodra de betrokkenen merken dat het de patiënt merkbaar voordeel oplevert en regionale samenwerking van de grond komt, groeit het enthousiasme: ‘Als dit lukt, kan er nog veel meer.’ ‘Al met al, vat ze samen, ‘kun je zeggen dat de sleutel tot succes schuilt in een goed programmateam en dat je aantoonbare meerwaarde voor patiënten moet nastreven. Dat gebeurt als je de specialisten zelf in the lead brengt. Want dan zie je dat ze vanzelf hun eigen weerstand gaan bevragen, en vervolgens gaan spelen met hun ideeën over de beste zorg. Zo hebben we al georganiseerd dat moeders vijf weken na de bevalling niet meer standaard naar het ziekenhuis komen. Dat scheelt hen heel veel stress. En als overleg op afstand tóch reden geeft voor nader onderzoek, dan krijgen ze alsnog een uitnodiging om langs te komen.’ Artsen worden hier zelf ook blij van, en dat werkt besmettelijk, merkt Eline. Om die reden geeft ze dan ook de tip: ‘Begin klein, maar doe wel echt iets met de ideeën die loskomen. En meet de resultaten, want het bewijs brengt je verder.’

Onvermijdelijke route

Per saldo verandert de patiënt: ‘Niet meer dan twintig procent wil nog naar het ziekenhuis komen als het ook op afstand kan. De cliëntenraad is betrokken, en daar heerst in het algemeen tevredenheid over de vernieuwingen. Die besparen tijd en moeite, en in de thuissituatie praten patiënten vaak gemakkelijker. Laten we realistisch zijn’, concludeert ze. ‘Combineer die ervaringen met de groei van de zorgbehoefte, dan is dit een onvermijdelijke route. Wij voelen in Tergooi de urgentie door de samenvoeging van twee ziekenhuislocaties, en lopen daardoor voor. We krijgen van andere ziekenhuizen veel vragen om mee te denken; ik zie het besef overal in het land toenemen dat je andere manieren van werken moet onderzoeken.’

Wel benadrukt ze dat duurzame investeringen nodig zijn. ‘Zorgverzekeraars zijn enthousiast, maar we moeten nog met hen aan tafel over de financiën in de toekomst. Ook met de NZa moeten we tot overeenstemming komen over een aangepaste financieringsstructuur. Bijvoorbeeld voor digitale consulten, want die moeten nog definitief worden opgenomen in de regelgeving. En natuurlijk kosten ook de ontwikkeling van apps, dataopslag, telemonitoring en telecenters geld. Als we willen dat dit beklijft, moeten we echt veel verder denken dan de huidige transformatiegelden. Structurele financiering borgt verandering, tijdelijke ondersteuning kan dat niet alleen.’

Download dit artikel en het dossier als pdf

Lees meer artikelen uit magazine