Aan de start: Kno-arts Babette van Esch

Kno-arts Babette van Esch (38): ‘Waar de gunfactor groot is, wordt de zorg beter’

Afbeelding

Wie is jouw rolmodel, en waarom?
‘Zonder twijfel Ronald Bleys, hoogleraar Klinische Anatomie aan het UMC Utrecht. Hij legt dingen zo uit dat iedereen het begrijpt - zowel de eerstejaars student als de ervaren arts. Na mijn studie geneeskunde wist ik één ding: ik wil een keer met hem samenwerken.’

En?
‘Negen maanden na mijn studie werkte ik op zijn afdeling als juniordocent anatomie. Veel geleerd, inhoudelijk, maar vooral over hoe je kennis overdraagt. Als ik iets uitleg aan een coassistent of patiënt, probeer ik de informatie zo te simplificeren dat diegene het begrijpt. Ik ben nog niet zo ver als Ronald, maar hij blijft inspireren.’

Je promoveerde op de ziekte van Ménière. Waarom?
‘Ménière is een aandoening van het binnenoor, een mysterieus ziektebeeld waar we nog weinig van snappen. Toen ik erover hoorde tijdens mijn opleiding, was ik meteen gefascineerd. Wat kon ik doen om het wél te begrijpen?’

En, is dat gelukt?
‘Kort door de bocht: niet echt. Er zijn “experimentele” therapieën gaande, zoals vloeibare prednison achter het trommelvlies, maar een echte oplossing is er nog niet.’

Hoe zorg je voor een gezonde werk-­privébalans?
‘Ik doe aan powerlifting, een krachtsport waarbij je met drie oefeningen - squat, bankdrukken en deadlift - zo sterk mogelijk probeert te worden. Het is een vrij solistische en langzame sport, niet zo competitiegericht. Dat biedt mij ontspanning. Bovendien zorgt powerliften voor een betere lichaamshouding, dat helpt tijdens operaties of achter de microscoop. En mentaal ben ik frisser.’

Wat zijn zware momenten in je werk?
‘Onlangs verwijderde ik de keelamandelen bij een patiënt. Ze kreeg een heftige nabloeding waaraan ze bijna overleed. Uiteindelijk kon het bloedvat op de OK worden gedicht en ging ze anderhalve dag later zonder restverschijnselen naar huis. Dit kan iedereen overkomen, maar ik vond het heftig.’

Hoe deal je met zoiets?
‘Door erover te praten met collega’s, familie en vrienden - dankzij hun steun geef ik zulke ervaringen een plek. Gelukkig zijn kno-patiënten over het algemeen relatief gezond, maar je moet jezelf wel de tijd geven het te verwerken.

Wat wil je je collega’s meegeven?
‘Ik zou willen dat er onderling minder competitie is, en dat we elkaar meer gunnen. Dat gebeurt nu nog te weinig.’

Ervaar je die competitie zelf ook?
‘In het Isala binnen de kno niet. Hier denken collega’s mee. Als ik een dienst wil ruilen, staan er zo tien collega’s klaar. Bij een heftige casus, zoals de patiënt met de nabloeding, of privéproblemen bellen we elkaar, we doen het echt samen. Dat gun ik elke afdeling en afdelingen onderling.’

Maar je pleit alsnog voor minder competitie?
‘Er zit per ziekenhuis wel verschil in hoeverre mensen voor elkaar opstaan. Tijdens mijn opleiding ben ik een paar keer tegen een competitieve cultuur aangelopen en zag ik de soms scheve dynamieken tussen dokters in een vakgroep. Er was minder bereidheid elkaar te helpen, de tendens was vaker “nee, dat kan niet”. Ik denk overigens wel dat dit meer aan het veranderen is.’

Waaraan merk je dat?
‘Bij de jongere generatie is die competitie sowieso minder sterk. Er is ook vaker kruisbestuiving. Zo werk ik tijdelijk één dag per week in het UMCG. Daar leer ik goedaardige afwijkingen in halsgebied en speekselklieren opereren, zodat ik deze ingreep straks ook in het Isala kan uitvoeren waardoor het UMCG meer ruimte heeft voor kankerzorg. Het UMCG had kunnen zeggen: dat doen we niet, die kennis houden we hier. Maar dat is precies die gunfactor die ik bedoel, en die de zorg beter maakt.’


  • GEBOREN op 8 september 1987
  • STUDEERDE van 2006 tot 2013 geneeskunde in Utrecht
  • GAF anatomieonderwijs in UMC Utrecht en werkte er daarna tijdelijk als anios op de afdeling thoraxchirurgie
  • DEED van 2014 tot 2016 promotieonderzoek in het LUMC
  • VOLGDE van 2017 tot 2022 de opleiding tot kno-arts in het LUMC
  • WERKTE een halfjaar als kno-arts in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, daarna als waarnemer in het Isala Zwolle. Sinds 2024 is ze daar lid van de maatschap
  • WOONT met haar partner in Utrecht
  • BEGON in coronatijd met aquarelleren en schildert graag landschappen en dieren
  • HOUDT van feestjes met vrienden, dansen en allerhande muziek - van funk, disco, soul en klassiek tot aan deephouse en techhouse
  • KWAM als kind geregeld bij de kno-arts, vanwege oorklachten
  • HEEFT vroeger weleens per ongeluk een vitaminesnoepje in haar neus gestopt


Download het artikel als pdf
Lees meer artikelen uit het magazine